Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en laat hij ook de zekerheid des heils meer tot haar recht komen; maar dit alles zijn geen nieuwe elementen, doch ontwikkeling en uitbreiding van wat in kiem reeds in zijne voorlezingen over den brief aan Rome te vinden is.

Daarmede is niet gezegd, dat Luther reeds een antwoord gereed had op al de vragen, welke zich bij deze leer der rechtvaardiging konden voordoen. Want de justificatio was bij hem geene leer, welke hij wetenschappelijk indacht en systematisch uiteenzette, maar eene prediking van wat hij, door zijne eigene religieuze ervaring geleid, bij anderen, inzonderheid bij Paulus gevonden had. Vandaar blijft er in zijne vroegere en latere theologie veel onzekerheid over de verhouding van bekeering (contritio, boete) en geloof, geloof en rechtvaardigmaking, rechtvaardigmaking en heiligmaking. Zoo zegt hij bijv. in eene reeds boven geciteerde zinsDede: non enim quia justus est, ideo reputatur a Deo, sed quia reputatur a Deo, ideo justus est, maar dan gaat hij in eens voort: Nullus autem reputatur justus, nisi qui legem opere implet. Nullus autem implet, nisi qui in Christum credit. Et sic Apostolus intendit concludere, quod extra •Christum nullus est justus, nullus legem implet 1). Dit lezende, voelt men vanzelf de vraag bij zich opkomen, hoe het een met het ander te rijmen is; gaat het reputari aan het justum esse (door het geloof in Christus), of dit laatste aan het eerste vooraf? Is de rechtvaardiging een synthetisch of een analytisch oordeel? Een klaar en beslist antwoord geeft Luther niet; er zijn in zijne theologie uitspraken voor het eene en voor het andere gevoelen te vinden. Ook de Confessio Augustana en hare Apologia laten zich hier niet duidelijk over uit. Zoo sterk mogelijk wordt geleerd, dat de rechtvaardiging niet geschiedt door onze krachten, werken of verdiensten, maar alleen uit genade, om Christus, door het geloof. Deze belijdenis is de praecipuus locus doctrinae Christianae, de articulus stantis et cadentis ecclesiae, gelijk het later heeten zal, want er zijn de eer van Christus en de troost der geloovigen mede gemoeid2).

Desniettemin ontbreekt de helderheid op menig punt. Eenerzijds wordt gezegd, dat de H. Geest geschonken wordt door middel van woord en sacrament en het geloof werkt, ubi et quando visum est Deo, in hen, die het Evangelie hooren; en anderzijds wordt geleerd, dat het geloof den H. Geest medebrengt, en dat wij den H. Geest

t. a. p. I 20.

2) J. T. Muller, Die Syrnb. B. der ev. luth. Kirche5 1882 bl. 39, 87, 300.

Sluiten