Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God zal zich verzoenen, indien gij, o mensch, gelooft, u bekeert en zijne geboden volbrengt; maar wijl God de wereld met zichzelven was verzoenende in Christus, rekent Hij hun de zonden niet toe en draagt Hij aan de apostelen de bediening en het woord der verzoening op; en dit woord heeft tot inhoud: God is verzoend, Hij heeft de zonden vergeven; geloof gij dit Evangelie, o mensch, treed in deze verzoening in, leg gij ook uwerzijds uwe vijandschap af, laat u met God verzoenen 1). In zoover ligt de rechtvaardiging voorwerpelijk voor ons in het Evangelie van Christus, gelijk dat van het paradijs af in steeds duidelijker taal verkondigd is geworden. De vergeving der zonden komt niet door het geloof tot stand en wordt niet door onze werkzaamheden verworven, maar zij ligt volkomen in Christus, gaat aan het geloof vooraf, en wordt door het geloof alleen aangenomen. Zooals het in de twaalf artikelen heet: ik geloof de vergeving der zonden 2).

Om nu deze volkomene gerechtigheid van Christus en den vollen rijkdom van het Evangelie te handhaven, maakten de Gereformeerden in de justificatio actualis onderscheid tusschen de justificatio activa en passiva. De rechtvaardigmaking mocht principiëel in het besluit en virtueel in de opstanding van Christus hebben plaats gehad; ze mocht objectief in het Evangelie vervat zijn, en eerst in het laatste oordeel haar volle beslag krijgen; de justificatio activa behield onder al die momenten hare eigene, gewichtige plaats. De toepassing des heils door den H. Geest mag in geenerlei opzicht tot eene verwerving des heils worden gemaakt, want de H. Geest

') Verg. deel III 507, 508.

2) Ook anderen, die overigens in veel opzichten tegenover de Geref. belijdenis staan, hebben dezen rijken zin van het Evangelie der genade erkend, verg. Schelling, Werke II 4 bl. 217 v. Schopenhauer, Die Welt als W. u. V. Leipzig 1887 I 482 II 692. Volgens Th. Erskine, J. M. Campbell, Maurice, Kingslev, Stanley was de vergeving der zonden eens vooral door Christus voor de menschheid verworven, en werd ze haar deel niet eerst door doop of bekeering, maar ging ze als weldaad hieraan vooraf, Clemeti, Stud. u. Krit. 1892 bl. 615. Als Ritsclil de rechtvaardiging een synthetisch oordeel noemt, drukt hij dezelfde gedachte uit; maar hij dwaalt daarin, dat hij ze alleen voor een goed der gemeente houdt, en ze hoegenaamd niet in betrekking stelt tot den enkelen geloovige, Eechtf. u. Vers. III 103 v. De Schrift leert toch uitdrukkelijk het tegendeel, Rom. 3 :26, 4:3, 24, 5 : 19, 8 : 1, 30, 10 : 4, 10, 1 Cor. 6 : 11, Gal. 2 : 16, Phil. 3 : 9 enz., verg. over de leer der rechtvaardiging bij Ritschl o. a. ook Vellenga, Theol. Stud. 1902 bl. 401—421. A. S. E. Talma, ib. 1903 bl. 329—349, en Vellengas repliek ib. 1904 bl. 162—173. Het gevoelen van Dorner e.a. werd reeds boven bl. 208 besproken.

Sluiten