Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woord Gods geloovig aanvaardt, aanvaarden durft en kan, en Christus met al zijne weldaden aanneemt. En als die mensch dan eerst als het ware naar Christus uitgaande (actus directus des geloofs), daarna met een actus reflexus fidei tot zichzelven terugkeert en kinderlijk dankbaar erkent, dat ook hem persoonlijk de zonden vergeven zijn, dan heeft daarin die justificatio passiva plaats, waardoor God den mensch ook in zijne conscientie vrijspreekt en door den Geest met zijn eigen geest getuigt, dat hij zijn kind is en een erfgenaam des eeuwigen levens.

Tegen deze onderscheiding wordt van nomistische zijde de bedenking ingebracht, dat de justificatio activa dan niet is eene rechtvaardigmaking uit en door, gelijk de Schrift zich steeds uitdrukt, maar tot het geloof, en tevens dat dit geloof bij deze voorstelling geheel van karakter verandert, wijl het dan niet meer is eene werkzaamheid in betrekking tot den persoon van Christus, maar slechts een verstandelijk aannemen van de sententie, dat de zonden vergeven werden. Maar deze bedenkingen zijn licht te weerleggen. Men moet n.1. wel overwegen, dat de genoemde onderscheiding eene logische, doch geene temporeele beteekenis heeft; er is hier eene prioritas ordinis, dóch eene simultaneitas temporis; in concreto vallen ze saam en gaan ze steeds met elkander gepaard !). De justificatio activa draagt n.1. om zoo te spreken, de tendentie in zich, om zich in het geloof mede te deelen en door het geloof zich te laten aannemen. AVat zou eene weldaad ons baten, indien zij niet in ons bezit kwam; wat zou een gevangene aan zijne vrijspraak hebben, indien ze hem niet werd bekend gemaakt en de keikerdeur niet voor hem ontsloten werd; en wat zou de rechtvaardiging in het besluit, in de opstanding van Christus, in het Evangelie ons voor nuttigheid geven, als God ze ons niet persoonlijk in de vocatio interna door het geloof deelachtig maakte? Voorts, zooals de vocatio interna (die het Evangelie, Christus met zijne weldaden, dus ook de weldaad der vergeving, tot inhoud heeft) rechtstreeks en onmiddellijk zonder tijdsverschil, de wedergeboorte met de fides habitualis, tengevolge heeft, zoo sluit dit geloof van zijn allereerste bestaan af, naar beginsel en wezen, de verzekerdheid in, dat is de bewustheid, dat niet alleen anderen maar ook mij vergeving der zonden geschonken is. Die zekerheid behoeft er niet, gelijk Rome zegt, door eene bijzondere openbaring bij te

') Zoo niet alleen Heidegger e. a. maar ook Comrie, Brief 120, 153.

Sluiten