Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vergeving der zonden, zal de heiligmaking zijn werk en zijne gave zijn r).

Maar het volk sloeg na de ballingschap meer en meer den weg der eigen gerechtigheid in en vatte de verhouding tot God zoo consequent nomistisch op, dat er voor genade geene plaats bleef en heel het leven, zoo van den enkele als van de menschheid, door de categorie van werk en loon beheerscht werd2). Jezus ging daarom weder tot den geestelijken zin der wet terug, zooals ze door de profetie was verklaard. De gerechtigheid van het koninkrijk der hemelen is eene andere dan die van de Farizeën, Mt. 5: 20, Luk. 18 :10. God wil barmhartigheid, en geene offerande, Mt. 9:13; de boom moet eerst goed zijn, indien hij goede vruchten zal voortbrengen, Mt. 6:17; vóór alle dingen komt het aan op reiniging des harten, waaruit allerlei ongerechtigheden voortkomen, Mt. 5 : 8, 16:18, 19, 23 :25. De eisch der wet is geene mindere dan die der volmaaktheid, gelijk de Vader in de hemelen volmaakt is, Mt. 5:48, welke dan vooral insluit barmhartigheid, Luk. 6 : 36, 10: 37, vergevensgezindheid, Mt. 6 :14, 18 : 35, eene liefde tot God uit geheel het hart en uit geheel het verstand en uit geheel de ziel en uit geheel de kracht, en eene liefde tot den naaste als tot zichzelven, Mk. 12:33. Doch deze volmaaktheid wordt de mensch slechts deelachtig door bekeering, geloof, wedergeboorte, Mk. 1:15, Joh. 3:3; door om Jezus' wil alles te verlaten, het kruis op zich te nemen en Hem na te volgen, Mt. 5 :10 v. 7 :13, 10: 32—39, 16 : 24—26. Jezus ging zelf daarin zijn discipelen voor; Hij gaf hun zijn voorbeeld, Mt. 11: 28—30, is hun meester en heer, Mt. 10: 24, 23:10, 11, Joh. 13:16, zette zijn leven voor zijne vrienden, Joh. 15 : 20 v., gaf zijne ziel voor hen over in den dood, Mt. 20:28, 26 : 26, 28, en verwierf daardoor voor hen niet alleen de vergeving der zonden, maar zijne overgave in den dood was ook eene volkomene toewijding aan den Vader, eene volmaakte gehoorzaamheid aan zijn wil, eene heiliging, opdat ook zij door zijn woord, in de waarheid geheiligd zouden worden, Joh. 17 :17, 19.

Ofschoon Hij straks lichamelijk van hen heengaat, Hij blijft toch steeds in hun midden, Mt. 18 : 20, 28 : 20, vertegenwoordigt zich bij hen door den Geest, dien Hij van den Vader zenden en die in hen blijven zal, Joh. 14:16, 17, en lijft hen als ranken in zichzelven als

*) Verg. deel III 556—558. 2) Verg. deel III 558-560.

Sluiten