Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de lichaamlijke oefening is tot weinig nut; hoofdzaak is de evaefisicc, 1 Tim. 4:7, 8, in verband met de rechtvaardigheid en de matigheid, Tit. 2 :12.

Tot dezen heiligen wandel worden de geloovigen met vele drangredenen vermaand; zij zijn ertoe verplicht, omdat God hen eerst heeft liefgehad, zich hunner ontfermd heeft, en hun in Christus zijne genade bewezen heeft, Rom. 12 :1, 2 Cor. 8 : 9, 1 Joh. 4 :19, omdat zij met Christus der zonde gestorven en tot een nieuw leven opgewekt zijn, Rom. 6 : 3 13, Col. 3 : 2, omdat zij niet onder de wet, maar onder de genade zijn en Christus toebehooren, ten einde Code vruchten te dragen, Rom. 6 : 14, 7:4, Gal. 2 : 19, omdat zij niet naar het vleesch, maar naar den Geest wandelen en tempelen des H. Geestes zijn, Rom. 8 . 5, 1 Cor. 6 : 15 v., omdat zij kinderen des lichts zijn en in het licht moeten wandelen, Rom. 13 : 12, Ef. 5 :8, 1 Joh. 1 : 6 enz.; de drangï eden en zijn te vele dan dat ze volledig zouden kunnen worden opgesomd. Maar onder deze drangredenen neemt ook het loon der toekomstige heerlijkheid eene plaats in. Alle weldaden, die de geloovigen deelachtig zijn of zullen worden, zijn gaven der genade Gods, Rom. 6 . 23, 2 Cor. 8: 9, Ef. 2 :8 enz., en toch is er eene vergelding naar ieders werken, Rom. 2 : 6—11, 14 :12, 1 Cor. 3 : 8, 2 Cor. 5 :10, Gal. 6 : 5, Op. 2 : 23, 20:12; de godzaligheid heeft de belofte voor dit en het toekomende leven, 1 Tim. 4:8; de gedachte aan de toekomstige heerlijkheid spoort aan tot lijdzaamheid en volharding, Rom. 8 :18, 1 Cor. 15 :19, 2 Cor. 4 : 10, 17, Op. 2 : 7, 11, 17 enz. God is toch een belooner dergenen, die Hem zoeken, Hebr. 11: 6, 26; Hij deelt rechtvaardige vergelding uit op alle overtreding en ongehoorzaamheid 2:2, maar beloont ook de milddadigheid, 1 Tim. 6:19, de vrijmoedigheid des geloofs, Hebr. 10:35, de zelfverloochening, Hebr. 11: 26, den arbeid zijner dienstknechten, 1 Cor 3:8, 14, 9 :18, Col. 3 : 24, 2 Tim. 4 : 8 enz.

Op een paar plaatsen is er zelfs nog van een bijzonder loon sprake want wie volgens 1 Cor. 3:12-15 op het fundament Christus een werk bouwt, dat blijft, zal loon ontvangen, maar indien het werk, dat hij daarop bouwt, verbrand wordt in het vuur van den dag des oordeels, zal hij, schoon persoonlijk behouden wordende, schade lijden en zijn loon verliezen. En in 1 Cor. 9 :16, 17 zegt Paulus, dat hij, omdat hij het Evangelie niet naar eigen keus, maar vanwege de Goddelijke roeping met noodzakelijkheid verkondigde, geen loon heeft, dat echter de kostelooze verkondiging van het Evangelie en het niet gebruiken van de macht, om bezoldiging aan te nemen, hem op

Sluiten