Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

borenen uit God worden hoe langer zoo meer kinderen Gods, die zijn beeld en gelijkenis dragen, omdat zij het in beginsel reeds zijn: -voor hen geldt de regel van het organische leven: werde was du bist! Aan hetgeen de geloovigen thans reeds uit genade, door het geloof in Christus zijn, ontleenen Jezus en de apostelen de krachtigste drangredenen, om hen tot een heilig leven aan te sporen. Jezus is de wijnstok, de discipelen zijn de ranken; die in Hem blijven, dragen veel vrucht, want zonder Hem kunnen zij niets doen, Joh. 15:5. De leden der gemeente zijn met Christus gestorven aan de zonde, maar in Hem Gode levend geworden, Rom. 6 :11. Zij zijn niet onder de wet, maar onder de genade, en daarom mag de zonde over hen niet heerschen, Rom. 6:14. Zij zijn door de wet der wet gestorven en behooren Christus toe, opdat zij Gode vruchten dragen, Rom. 7 : 4, Gal. 2 :19. Zij zijn niet in het vleesch maar in den Geest, en hebben dus naar den Geest te wandelen, Rom. 8:5. De nacht is voorbijgegaan, de dag is gekomen; de werken der duisternis moeten dus afgelegd, en de wapenen des lichts worden aangedaan, Rom. 13:12. De lichamen der geloovigen zijn leden van Christus en tempelen des H. Geestes, ze moeten daarom vlieden de zonde der hoererij, 1 Cor. 6:15. Zij zijn duur gekocht, zoo moeten zij dan God verheerlijken in hun lichaam en geest, welke Godes zijn, 1 Cor. 6:20. Zij staan in de vrijheid, met welke Christus hen vrijgemaakt heeft; en in dien Christus heeft'niets eenige kracht dan het geloof, door de liefde werkende, Gal. 5 :1, 6. Van dien Christus hebben zij gehoord en door Hem hebben 'zij geleerd, dat zij den ouden mensch moeten afleggen en den nieuwen mensch aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid sn heiligheid, Ef. 4:21 v. Als geliefde kinderen, hebben zij navolgers Gods te zijn, Ef. 5: 6. Zij moeten wandelen in de liefde, gelijker wijs Christus hen liefgehad heeft, Ef. 5 : 2. Zij zijn licht in' den Heere, en hebben dus te wandelen als kinderen des lichts, Ef. 5:8. In één woord, niet de wet, maar het Evangelie, het in Christus geschonken en ontvangen heil is de eene machtige drangreden tot een heiligen wandel. Hetzij de apostelen zich richten tot mannen of vrouwen, ouders of kinderen, heeren of knechten, vrouwen of dienstmaagden, overheden of onderdanen, zij vermanen hen allen in den Heere, Ef. 5:22 v., 6:1 v„ Col. 3:18 v., 1 Petr. 2 :13 v. 3:1 v. Het vaste fundament Gods staat en draagt dit zegel: een iegelijk, die den naam van Christus noemt, sta af van alle ongerechtigheid, 2 Tim. 2 :19.

Sluiten