Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het hoogste standpunt kunnen opheffen. Ze blijft dus gelden voor de ipvxtxot, voor de alledaagsche menschen, die nog aan den leiband der tucht moeten loopen en door wet en gezag geregeerd moeten worden. Maar de nvsv^iarixoi, de yvwarixoi, de kenners en weters, de intellectueelen en artiesten, de genieën en heroën zijn boven haar verheven en leven vrij en blij naar het goeddunken van hun hart. Zelfs Nietzsche achtte zijne moraal toch eigenlijk alleen voor de Uebermenschen geschikt. Er is dus tweeërlei moraal eene voor den minderen man en eene voor de aristocraten van den geest.

Ofschoon het nomisme tegen dit antinomisme lijnrecht overstaat, toont het, naar den regel dat de uitersten elkander raken, er zich toch verwant mede, en heeft dan ook blijkens zijne ontwikkeling in het Judaisme, het Ilomanisme enz. tot een dergelijk, schoon anders uitgewerkt, dualisme in de moraal geleid. De wet, welke God in het Oude Testament gaf, is volgens Rome wel wijs en heilig en goed en blijft voor alle Christenen een regel des levens, maar ze is toch voor aanvulling vatbaar. Christus en zijne apostelen hebben ze dan ook inderdaad aangevuld; ze zijn niet alleen predikers van het Evangelie, maar ook novi legatores; het Evangelie is eene nova lex, niet alleen daarin, dat het het geloof, in tegenstelling met de werken der wet, tot gerechtigheid rekende, maar ook in dien zin, dat het aan de praecepta der wet consilia evangelica heeft toegevoegd, die niet alle Christenen binden, maar door sommigen hunner, die er de gave en de kracht voor ontvingen, mogen opgevolgd worden en hunne zedelijke verdiensten in bijzondere mate vermeerderen. Eene dergelijke onderscheiding treffen wij ook bij het Pietisme, Methodisme en verwante godsdienstige bewegingen aan; al wordt ze niet theoretisch ontwikkeld, ze komt toch in de werkelijkheid voor. Want ofschoon al deze richtingen steeds aanvangen met de bedoeling, om niet buiten of tegenover, maar alleen in de kerk de noodig geachte reformatie tot stand te brengen, ze komen er weldra toe, om eene ecclesiola in ecclesia te stichten, uit de hoogte op de officiëele kerken en de gewone Christenen neer te zien, en het kenmerk voor het Christelijk leven in zoogenaamde „werken voor het koninkrijk Gods" en in willekeurige mijding of onthouding te zoeken.

Er ligt in deze dubbele moraal eene waarheid, die in het Protestantisme niet genoeg tot haar recht is gekomen. Dit wordt reeds daardoor bewezen, dat wij allen, al hebben we theoretisch nog zooveel bezwaar, practisch en onwillekeurig vol bewondering opzien tot die mannen en vrouwen, die met volkomen zelfverloochening en

Sluiten