Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den nieuweren tijd meest prijsgegeven wordt, heeft men, alzoo handelende, niet geweten wat men deed. "Wernle overdrijft, maar zegt toch niet geheel zonder reden : in der That bedeutet das Zurückgehen auf die alte (griechische) Tradition von Röm. 7 einen viel sehwereren Schlag für unsere Dogmatik, als in der Regel von ihr empfunden wird. Gewöhnlich gesteht man zu, dass Röm. 7 sich nicht auf den "Wiedergeborenen bezieht, ohne zu merken, dass durch dies Zugestandniss der Paulinismus für uns unbrauchbar wird 2). Toch is dit niet de sterkste grond voor het handhaven der reformatorische uitlegging van Rom. 7. Deze ligt in den tekst zeiven. Het praesens, waarin Paulus spreekt, is alleen van het tegenwoordige te verstaan. In "Wahrheit macht man den Apostel zum Komödianten, wenn man ihm zutraut, er habe so, wie hier geschieht, nur in der Erinnerung an einen langst vergangenen Zustand reden können, zegt Clemen, die echter geen kans ziet, om Rom. 7 met de overige uitspraken van Paulus in overeenstemming te brengen en daarom zegt: sie entstammt wohl einer besonders trüben Stimmung des Apostels, nicht seinem sonst vorherrschenden Bewusstsein *).

Bij deze zonde en dit zondebesef in de heiligen des O. en N. Verbonds komt nog, dat de Schrift allerwege uitgaat van de onderstelling, dat de zonde in de geloovigen tot het einde huns levens blijft; hun is voortdurend noodig de bede om vergeving, Mt. 6:12, 13 en de belijdenis van zonden, 1 Joh. 1:9. Al de vermaningen en waarschuwingen in de Schrift onderstellen, dat de geloovigen nog maar hebben een klein beginsel der volmaakte gehoorzaamheid; zij struikelen dagelijks in vele dingen, Jak. 3: 2; indien zij zeggen, geene zonde te hebben, verleiden zij zichzelven, 1 Joh. 1:8. Ook Paulus oordeelt over de geloovigen niet anders. Hij plaatst hen zeer hoog, noemt hen uitverkorenen, geroepenen, heiligen, merkt met vreugde de Christelijke deugden op, die in hen openbaar worden, en geeft hun gaarne en herhaaldelijk een roemvol getuigenis. Hierin overdrijft de apostel zeker niet; de verandering moet groot geweest zijn, als hij van de geloovigen uit de Heidenen getuigen kon, dat zij vroeger in allerlei schrikkelijke zonden leefden, maar nu gewasschen, geheiligd, gerechtvaardigd waren in den naam van den Heere Jezus en door den Geest Gods, 1 Cor. 6:11. Desniettemin heeft hij een open oog voor de zonden, die den geloovigen nog

Clemen, Die Christl. Lehre v. d. Sünde I 112, met verwijzing ook naar Van Manen, Paulus 1891 bl. 71.

Sluiten