Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verbrekelijk vast. Paulus wist zeker, dat niemand bij de schipbreuk het leven verliezen zou; toch zegt hij: indien deze in het schip niet blijven, gij kunt niet behouden worden, Hd. 26:22, 31. '

"Wat de voorbeelden aangaat, welke de Schrift voor werkelijken afval zou aanhalen, het is onmogelijk te bewijzen, dat al die personen óf de werkelijke genade der wedergeboorte hebben gehad (Hymeneus, Alexander, Demas, personen in 1 Tim. 4:1,2 Petr. 2 :1), óf haar werkelijk in hun val hebben verloren en dan later weder terug hebben ontvangen (David, Salomo), óf ook ze werkelijk hebben gehad doch nooit terug ontvingen (Hebr. 6 : 4—8, 10 : 26 —31, 2 Petr. 2 : 18—22). Deze laatste teksten schijnen het grootste bezwaar in den weg te leggen voor de belijdenis der perseverantia sanctorum. Toch is dit slechts schijn. Want ook zij, die de mogelijkheid van afval leeren, moeten aannemen, dat hier van eene gansch bijzondere zonde sprake is. Immers is volgens henzelven de genade wel verliesbaar, maar ook na totaal verlies weer herkrijgbaar. Het gevoelen der Montanisten en Novatianen, die uit deze plaatsen afleidden, dat afgevallenen nooit meer in de kerk mochten opgenomen worden, is door de Christelijke kerken algemeen verworpen. Wanneer de Schrift uitdrukkelijk zegt, dat het onmogelijk is, om zulken, van welke in die teksten sprake is, wederom te vernieuwen tot bekeering, Hebr. 6:4, 10 : 26, 2 Petr. 2 : 20, 1 Joh. 5 :16, dan is het onwedersprekelijk, dat hier eene zonde bedoeld wordt, die het oordeel der verharding medebrengt en bekeering onmogelijk maakt. En zulk eene zonde is er, ook naar de belijdenis van hen, die de onmogelijkheid van afval aannemen, slechts ééne, n.1. de lastering tegen den H. Geest'). Indien dit nu zoo is, leidt de leer van den afval 'der heiligen tot de gevolgtrekking, dat de lastering tegen den H. Geest ook of zelfs alleen door wedergeborenen bedreven kan worden 2), of de bovengenoemde teksten verliezen tegen de perseverantia sanctorum alle bewijskracht. Maar daarbij komt nog meer. Zij, die totalen afval mogelijk achten, moeten onderscheid maken tusschen zulke zonden, waardoor de genade der wedergeboorte niet, en andere, waardoor zij wel verloren wordt; zij zijn m. a. w. gedwongen, om tot de Roomsche leer van de peccata mortalia en venialia de toevlucht te nemen, tenzij zij zouden willen, dat die genade door iedere, ook de geringste zonde

]) Verg. deel III 156 v. s) Quenstedt, Theol. II 157.

Sluiten