Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de zonden hun worden vergeven, 1 Joh. 2:1, en dat zij allen bij Hem zijn zullen en zijne heerlijkheid aanschouwen, Joh. 17 :24. De weldaden van Christus, welke de H. G-eest hun deelachtig maakt, zijn alle onberouwelijk, Rom. 11:29; die geroepen is, is verheerlijkt, Rom. 8:30; die tot een kind is aangenomen, is een erfgenaam des eeuwigen levens, Rom. 8 :17, Gal. 4:7; die gelooft, heeft hier reeds het eeuwige leven, Joh. 3 : 16. En dat leven zelf is, wijl eeuwig, ook onverliesbaar; het kan niet sterven, wijl het niet zondigen kan, 1 Joh. 3: 9. Het geloof is een vaste grond, Hebr. 11: 1, de hope is een anker, Hebr. 6: 19, en beschaamt niet, Rom. 5 : 5, en de liefde vergaat nimmermeer, 1 Cor. 13 :8.

Sluiten