Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben allen den ïï. Geest ontvangen '), en vormen saam eene communicatio pacis et appellatio fraternitatis et contesseratio hospitalitatis 2), enz. Daarbij maakt men dan, evenals Hermas, onderscheid tusschen ware en valsche leden der kerk. Met het oog op geëxcommuniceerden zeide Origenes: ita fit ut interdum qui foras mittitur intus sit et ille foris, qui intus videtur retineri. En elders spreekt hij meermalen uit, dat velen geroepen en weinigen uitverkoren zijn, dat er geestelijke en vleesehelijke leden zijn, dat er onkruid onder de tarwe is en veler wandel met hun belijdenis strijdt 3). Maar spoedig kwam er in deze opvatting van de kerk als communio sanctorum eene groote verandering. Toen er in de tweede eeuw allerlei secten en haeresieën opkwamen, rees vanzelf de vraag, welke de ware kerk was. En daarop werd ten antwoord gegeven: die, welke bij het geheel blijft en de gemeenschap met de katholieke kerk onderhoudt. Katholiek werd de kerk reeds genoemd door Ignatius4), omdat zij over de gansche aarde, in alle tijden en plaatsen, alle geloovigen omvat en er buiten haar geen zaligheid is 5). Deze catholiciteit der kerk werd echter tegenover de ketterij niet geestelijk meer opgevat, maar veruitwendigd en in een zichtbaar instituut belichaamd. De bisschop, in rechte lijn van de apostelen afstammend en in het bezit der zuivere traditie, werd het criterium der ware kerk. De algemeene kerk hield op een logisch prius te zijn en werd als een historisch prius van alle plaatselijke kerken gedacht. Zoo kwam er in het kerkbegrip een algeheele omkeer. Niet de plaatselijke kerken zijn het, die saam eene eenheid vormen, maar de katholieke kerk met het episcopaat gaat vooraf, en de plaatselijke kerken zijn deelen van het geheel en slechts zoolang ware kerken, als zij bij dat geheel zich houden en daaraan zich onderwerpen.

De ontwikkeling van dit katholieke kerkbegrip werd bevorderd door den tegenstand, dien het van kettersche zijde ondervond. Het Gnosticisme maakte van de kerk eene school, waarin de Tivsvuanxot verre verheven waren boven de populaire voorstellingen van het historisch Christendom. Het Montanisme wilde de kerk vestigen op

*) Irenaeus, adv. haer. IV 36, 2.

*) Tertullianus, de praescr. 20.

3) Bij Seeberg, Der Begriff der Chr. Kirche bl. 29.

4) Ignatius, Smyrn. 8. cf. Murat. en Mart. Polyc. 5, 16, 19.

5) Clemens, 1 Cor. 57. Ignatius, Ef. 16. Trall. 7. Phil. 3. Hermas IX 16.

Sluiten