Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den grondslag van beweerde inspiratie en profetie, met loochening van alle ambt en gezag; ecclesia proprie et prmcipaliter: ipse est spiritus 1). Het Novatianisme en Donatisme ijverden voor de heiligheid der kerk ten koste van hare catholiciteit. Tegen al deze dwalingen traden de kerkvaders op en legden meer en meer op bisschoppelijk kerkinstitnut den nadruk. De kerk, welke door de bisschoppen geleid wordt, is de eenige bewaarster en predikster der waarheid2) en daarom het onmisbare instituut des heils, de moe er Ir glovigen, de uitdeelster der genade, de middelares der zaligMd, °cZ aseensionis ad DOTm. Ubi enim ecclesia, ib, et spmtns Dei et ubi spiritus Dei, ibi ecclesia et omms gratia, spiritus autem „ratia 3) Gelijk er maar één God en één Heer is, zoo is er ook maar é ne kerk ééne kudde, ééne moeder, uit welke alle geloovigen geboren worden en buiten Wke er geen zaligheid is. De lichtstraal kan niet van de zon, de tak niet van den boom, de beek met van de bron worden gescheiden *). Ook Augustmus beweegt zich in de zelfden kring van gedachten. Hoewel de kerk door hare eenheid^ catholiciteit en majesteit reeds vroeger een d^pen mdruk op had gemaakt, werd hij toch eerst door zijn strijd tegen de Donatisme 393-411 genoodzaakt, om meer opzettelijk over haar wezen na te denken. Ook dan wordt echter met de leer van de k , maar blijft de leer van de genade het middelpunt van zijn den

leven en de leer der kerk komt tot op zekere hoogte los, zeltIJS én onverzoend daarnaast te staan. Want als God de een,ge en volstrekte oorzaak der genade is, gelijk Augustmus leert dan kan de kerk dit niet wezen. Daarom onderscheidt hij al aanstonds tusschen de kerk als corpus verum en de kerk ^ corpus permixtumB). Er zijn leden der ware kerk buiten de zichtbare keik, zooals de engelen6), de moordenaar aan het kruis, die alleen den bloeddoop ontving'), en alle niet-Israëlieten die voor Christus komst zijn zalig geworden«), want de Christelijke religie is

i) Tertullianus, de pudic. 21.

s) Irenaeus, adv. haer. I 10, 2. Tertullianus, de praescr^ 28

3) Irenaeus, adv. haer. III 24, 1. Tertullianus, de or. 2. Clement Alex.,

I 6. Strom. VIII 17.

4) Cyprianus, de unitate ecclesiae 5, 7.

5) Augustimis, de doctr. chr. III 32.

«") Enchir. 29.

7) de bapt. IV 22.

8) de civ. XVIII 23, 47.

Sluiten