Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarop de Joden zich verhovaardigden, Joh. 8:33, Rom. 9:6; de oudheid, de historische continuiteit en de onafgebroken successie zijn niet alleen aan Rome, maar ook aan andere kerken, bijv. de Grieksche eigen, en bewijzen op zichzelf evenmin iets voor de waarheid der Roomsche kerk als zij dat deden voor die van de Joodsche gemeente in Jezus' dagen; de eenheid en de catholiciteit zijn pretensies van Rome, welke het feit niet kunnen te niet doen, dat er millioenen Christenen leven buiten haar; er is niet maar ééne kerk, er zijn vele kerken, en er is geen enkele, die alle geloovigen omvat. De overige kenmerken, overeenstemming met de leer der apostelen, heiligheid der leer, vernieuwende kracht, welke van haar uitgaat, heilig leven van velen harer belijders, komen volstrekt niet alleen aan Rome, doch ook aan vele andere kerken toe, en zijn aan dezelfde bedenkingen onderhevig, als welke door de Roomschen tegen de Protestantsche kenteekenen worden ingebracht en straks besproken worden 1).

De Roomsche kerk verheugt zich daarbij wel in hare eenheid en wijst met zelfbehagen op de verdeeldheid van het Protestantisme. Maar zij betaalt deze vreugde met een duren prijs. Ten eerste is het gedwongen, om het wezen der kerk hoe langer hoe meer van de vergadering der geloovigen op het instituut der hierarchie, d.i. ten slotte op den paus, over te dragen. Met meer recht, dan Lodewijk XIV kon zeggen: 1'état c'est moi, kan de paus verklaren: de kerk ben ik. Ubi papa, ibi ecclesia. Als dan ook bij de keik, gelijk behoort, niet uitsluitend aan het instituut, maar tevens en in de eerste plaats aan de vergadering der geloovigen gedacht wordt, is de verdeeldheid in de Roomsche kerk niet zoo veel minder dan in de Protestantsche kerken. Het verschil is alleen, dat Rome, in de coelibataire hierarchie hare kracht zoekend, in de kerk alle richtingen en meeningen stil naast elkaar laat bestaan en aan hare leden, zelfs de ongeloovigste, de energie, den vrijheids- en den waarheidszin ontneemt, om met de kerk en hun eigen onware positie te breken. Ten tweede betaalt Rome die vreugde met den duren prijs van het extra ecclesiam nulla salus. De leer der Schrift, dat de zaligheid gebonden is aan het geloof in Christus, wrerd spoedig

i) Beza, de eccl. cath. notis, Tract. theol. III 132. Polanus, Synt. bl. 532 v. Amesius, Bellarminus enervatus II 56—72. Maresius, Syst. theol. XV I 23 v. Turretinus, Theol. El. XVI11 qu. 13. Mastricht, Theol. VII 1, 34 De Moor VI 50. M. Yitringa IX 1 bl. 98. Gerhard, Loc. XXII c. 10, 11. Quenstedt, Theol. IV 503.

Sluiten