Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wandel naar Gods getuigenis ingericht. Zelfs Rome kan niet ontkennen, dat Gods woord het kenteeken der kerk is. Gerhard haalt vele kerkvaders aan, die klaar en duidelijk dit uitspreken 1). Zoo zegt Tertullianus: illae sunt verae ecclesiae, quae tenent quod ab apostolis receperunt. Vroeger, zegt Chrysostomus, kon op velerlei wijze aangetoond worden, welke de kerk van Christus was, maar sedert de ketterijen zijn ingeslopen, is dit niet anders aan te wijzen dan door de Schriften-, die Schriften toch, verklaart hij, zijn eenvoudig en waar, zoodat het gemakkelijk valt daarnaar te oordeelen, welke leer de ware is. Herhaaldelijk spreekt Augustinus in dezen geest- inter nos et Donatistas quaestio est, ubinam sit ecclesia, Quid ergo facturi sumus? in verbis Donati eam quaesituri an in verbis capitis sui Domini Jesu Christi? Puto, quod in illius verbis eam nuaerere debeamus, qui veritas est et optime novit corpus suum, novit enim qui sunt ejus. Bellarminus zelf omschrijft de kerk als coetus hominum ejusdem Christianae fidei professione et eorundem sacramentorum communione colligatus enz., neemt de sanctitas doctrinae onder de kenteekenen der kerk op 2), en geeft toe, dat in sommige gevallen, indien de Schrift als Gods woord aangenomen wordt, de Schrift bekender is dan de kerk en hare waarheid bewijst 3') Bij beantwoording der vraag, welke de onderscheidende kenmerken der kerk zijn, moet ook Rome de Schrift gebruiken als bewijsgrond, indien zij niet bij een sic volo, sic jubeo, stat pro

ratione voluntas wil blijven staan 4).

Toch verwerpt Rome de kenteekenen, welke de Reformatie voor de ware kerk aangaf. Bellarminus brengt er ten eerste tegen mr dat zuivere bediening van het woord hoogstens alleen aanwijst, loaar, maar niet, welke de ware kerk is, d. i. wie de ware geloovi„en zijn, die toch alleen naar de Protestantsche definitie het wezen der kerk uitmaken5). Deze bedenking is tot op zekere hoogte juist, maar feitelijk ook zonder bezwaar. Want het is ons volstrekt niet noodig om met onfeilbare zekerheid te weten, wie ware geloovigen zijn; daarvoor bijv. met J. Muller8) onfeilbare kenteekenen op te

1) Gerhard, Loei Theol. XX tl § 138.

2) Bellarminus, de eccl. mil. 1\ 11.

') Vergheer dergelijke uitspraken bij Gerhard t. a. p. §139. Turretinus, Theol. El. XVIII 12, 16. Scheeben-Atzberger, Dogm. IV 375.

6) Bellarminus, de eccl. mil. I\ 2. e) J. Milller, Dogm. Abh. 346 v.

Sluiten