Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sectarische kerken niet ten eenenmale teloor gegaan. Socinianen en Remonstranten redeneerden op dezelfde wijze en bestreden de noodzakelijkheid en de profijtelijkheid van kenmerken, waaraan de ware kerk te onderkennen was '). En hoewel Lutherschen en Gereformeerden in den eersten tijd zeer kras staande hielden, dat zij de ware kerk waren, maakte de toenemende onzuiverheid van eigen kerken en het optreden van andere kerken naast de hunne het hoe langer hoe moeilijker, om deze bewering in al hare strengheid te handhaven. Ja, van den beginne aan was de houding, welke de Protestantsche kerken tegenover de Roomsche kerk aannamen, eene gansch andere dan omgekeerd. Rome kan secten, maar geene kerken naast zich erkennen 2). Doch de Protestanten, schoon de kerkelijke hierarchie van Rome beslist verwerpende, bleven het Christelijke in Rome's kerk ten volle erkennen. Hoe bedorven Rome ook zij, er zijn toch nog vestigia ecclesiae, rumae dissipatae ecclesiae in, er is nog aliqua ecclesia, licet semirupta, in het pausdom overgebleven 3). De Hervorming was eene afscheiding ab ecclesia Romana et Papali, maar niet a vera ecclesia ). "V oorts waren of werden althans de Hervormers zich spoedig ervan bewust, dat de zuivere bediening van woord en sacrament niet als een absoluut kenmerk gelden kon. Calvijn waarschuwt ten sterkste tegen alle willekeurige afscheiding. Al ontbreekt er iets aan de zuiverheid der leer of der sacramenten, al laat de heiligheid des levens en de trouw der dienaren veel te wenschen over, men mag daarom niet aanstonds de kerk verlaten. Eerst als de summa necessariae doctrinae, de praecipua religionis doctrina voor de leugen ingeruild wordt, is scheiding plicht J). Toen later het bederf in de staatskerken toenam en velen tot scheiding zich gedrongen voelden, kwamen de meeste leeraars op dezelfde gronden

') Cat. Rac. qu. 489. Episcopius, Disp. III 28, Op. II 2 bi. 459.

2) Hettinger, Apol. d. Christ. V7 118.

3) 'Calvijn, Inst. IV 2, 11. cf. Op. ed. Schippers VIII 111, 309. IX Epist. ol, 57. Beza, Tract. theol. III 145, 192. Bullinger, Hnijsboeck 1612 bl. 206, 20 <. Zanchius, Op. II in de praef. vóór de natura Dei. Polanus, Synt. 535. cf. 496. Polanus a Polansdorf, Part. Theol. bl. 196. Junius, Op. II1018-1023. Alsted, Theol. schol. 696. Voetius, Desp. causa papatus 699—703. Mastricht, Theol. MI , •->•

Turretinus XVIII 14, 24, 27.

*) Turretinus, XVIII 15, 8. Id., de necessaria secessione nostra ab ecclesia Romana, et impossibili cum ea syncretismo, achter zijne Disp. de satisf. Christi 1691 en andere anti-Roomsche geschriften bij Vitringa, IX 1 bl. 116. De Moor \

5) Calvijn, Inst. IV 1, 12—20. Comm. op Mt. 13 :40, 41. 2 Thess. 3 : 6.

Sluiten