Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in zijn de doctrina christ., dat de Roomsche, Oostersche en Anglikaansche kerk saam de ééne kerk uitmaken, kan niet toegelaten worden 1). Buiten de gemeenschap met den paus is er geen zaligheid. Maar het Protestantisme denkt bij de eenheid der kerk allereerst aan de eenheid van het Hoofd der gemeente, Ef. 1 :10, 5:22, aan de gemeenschap aller geloovigen door één en denzelfden Geestr 1 Cor. 6 : 17, 12 :13, 2 Cor. 12:11, Ef. 4 : 4 met Christus en met elkander, Joh. 10:16, 15:1, Rom. 12:5, 1 Cor. 12:12, 13, Ef. 1:22, en dan voorts aan de eenheid des geloofs, der liefde, der hope, des doops enz. Ef. 4:3—5. Deze eenheid is wel in de eerste plaats geestelijk van aard, maar zij bestaat toch objectief en reëel en blijft ook niet geheel onzichtbaar. Zij openbaart zich, zij het ook op zeer onvolkomene wijze, naar buiten en treedt in datgene, wat alle Christelijke kerken met elkander gemeen hebben, althans eenigermate aan het licht. Er is geen Christendom boven of beneden, maar er is wel een Christendom in de geloofsverdeeldheid aanwezig. Omdat ons oog het meest op de verschillen en scheuringen in de Christenheid gericht is, loopen wij steeds gevaar, om deze toch waarlijk bestaande eenheid te miskennen. Wat alle ware Christenen verbindt is altijd nog meer dan wat hen scheidt.

Onder de heiligheid der kerk verstaat Rome in de eerste plaats de liturgische, ceremoniëele heiligheid, daarin bestaande, dat de kerk als instituut den rechtmatigen offerdienst en het heilzame gebruik der sacramenten bezit, waardoor God als door krachtige werktuigen der Goddelijke genade, in de geloovigen de ware heiligheid werkt; en dan ten tweede de persoonlijke heiligheid, die in de kerk wel niet het deel van allen of ook van de meesten is of behoeft te zijn, maar toch altijd in enkelen en dan weer in zeer verschillende graden gevonden wordt 2). Omdat de Reformatie de kerk weer kennen deed als gemeenschap der heiligen, zocht zij de heiligheid niet allereerst in het bovennatuurlijk karakter van het heilsinstituut maar in de geestelijke vernieuwing van de leden der kerk. Heilig is de kerk, omdat zij eene gemeenschap van heiligen is. Maar daarbij is de Reformatie toch niet in het euvel

1 ^'og sterker spreekt de houding, welke de paus in t begin van dit jaar tegenover een soortgelijk denkbeeld van Prins Max van Saksen aannam.

-) Cat. Rom. I 10, 12. Bellarminiis, t. a. p. c. 11—15. Scheeben-Atzberger, IV 347. Schanz, Apol. III c. 10. Jansin, Prael. I 452. Verg. ook Eattenbusch, Der geschichtliche Sinn des apost. Symbols, Zeits. f. Th. u. K. 1901 bl. 407—428 en zijn werk over Das apost. Symbol I 1894 II 1900.

Sluiten