Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

successio locorum et personarum, maar de successio doctrinae eene kenmerkende eigenschap der ware kerk was. Indien deze laatste ontbrak, kon de eerste geen kerk tot eene ware kerk maken; en indien zij aanwezig was, was de eerste van zeer ondergeschikte beteekenis.

Bij de eigenschappen der kerk behooren ten slotte ook nog de indefectibilitas en de infallibilitas. Jezus heeft aan zijne kerk beloofd, dat de poorten der hel niets tegen haar zouden vermogen, en dat Hij ze bewaren zou tot aan het einde der wereld, Mt. 16 :18, 28:20, Ef. 4:11 13, 1 Tim. 3:15. De Roomschen leiden hieruit af, dat hun kerk, de pauselijke, blijven zal tot het einde der wereld toe, en dat niet alleen, maar ook dat die pauselijke kerk altijd de katholieke zal blijven, welke door de talrijkheid harer leden en door haar uitwendigen glans voor ieder zichtbaar en kenbaar zal zijn 1). Maar voor deze bewering ontbreekt genoegzame grond. Met alleen is de kerk in verschillende tijden, b.v. van Noach, Abraham, Elia, Christus enz. tot enkele personen beperkt geweest, maar telkens zijn ook bepaalde kerken in bepaalde landen, bijv. in Klein-Aziƫ, te gronde gegaan. Ja, het N. T. zegt duidelijk, dat in het laatste der dagen het bederf toenemen en de kerk aan allerlei verleiding en vervolging blootstaan zal, Mt. 24 : 21, 22, Luk, 18 : 8, 2 Tim. 3 :1. Jezns' belofte waarborgt dus wel, dat er altijd eene vergadering van geloovigen op aarde zal zijn, hetgeen Socinianen en Remonstranten ten onrechte ontkennen 2), maar zij houdt in het minst niet in, dat eene bepaalde kerk in een bepaald land steeds blijven en door hare grootte en heerlijkheid voor een ieder kenbaar zal zijn. En evenzoo is het met de onfeilbaarheid der kerk. De Roomsche kerk heeft lang geaarzeld, om een antwoord te geven op de vraag, bij wie ten slotte de onfeilbaarheid berust, en heeft haar eindelijk op het Vaticaansch concilie ten gunste van den paus beslist. De paus waarborgt, dat de ecclesia docens niet kan dwalen in docendo. Maar de H. Schrift verbindt de onfeilbaarheid nergens aan een bepaald persoon of aan eene bepaalde, plaatselijke kerk. Er is wel eene onfeilbaarheid der kerk, die ook door de Protestanten gaarne erkend wordt, maar deze onfeilbaarheid komt der kerk als vergadering van ware geloovigen toe en bestaat daarin,

!) Bellarminus, de eccl. milit. c. 11, 12, 16. De notis eccl. c. 5, 6. ScheebenAtzberger, Dogm. IV 1 bl. 359.

*) Verg. De Moor, Comm. IV 122.

Geref. Dogmatiek IV. oq

Sluiten