Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenig mensch maar van Christus zeiven ontvangen, Luk. 24:48t Joh. 1:4, 15 : 27, Hd. 1 :21, 22, 26 :16, 1 Cor. 9:1, 15 : 8, 2 Cor.

1 v., Gal. 1:12, Ef. 3 : 2—8, 1 Tint. 1 : 12, 1 Joh. 1: 1—3 enz. 3°. Zij zijn in bijzondere mate den H. Geest deelachtig, die hen onderwijst en in alle waarheid leidt, Mt. 10 : 20, Joh. 14 : 26,15 : 26, 16 : 7, 13, 14, 20 : 22, 1 Cor. 2 : 10—13, 7 : 40, 1 Petr. 1: 12. 4°. Met dien Geest toegerust, Joh. 20:22, Hd. 1:8, Ef. 3: 5, treden zij openlijk op als getuigen van Jezus, bepaaldelijk van zijne opstanding, Hd. 1:8, 21, 22, 2:14, 32, 3:15, 4:8 enz., zijn betrouwbare getuigen, Luk. 1 : 2, Joh. 19 : 35, 21: 24, 1 Cor. 7 : 25, 1 Petr. 5:1,2 Petr. 1:16, Hebr. 2:3, Op. 1: 3, 22:18, 19, en verkondigen Gods Woord, Joh. 1:14, 20:31, 1 Cor. 2:13, 2 Cor. 2:17, Gal. 1:7, 1 Thess. 2:13, 1 Joh. 1:1—4, Op. 22:18, 19. 5°. Hun getuigenis wordt door God bezegeld met teekenen en wonderen en rijken geestelijken zegen, Mt. 10:1, 9, Mk. 16:15 v., Hd. 2 : 43, 3 : 2, 5 :12—16, 6 : 8 enz., Rom. 12 : 4—8, 15 :18, 19, 1 Cor. 12 :10, 28, 15 :10, 2 Cor. 11:5, 23, Gal. 3 : 5, Hebr. 2 : 4. 6°. Aan dit hun getuigenis is de kerk aller eeuwen gebonden. Er is geene gemeenschap met Christus dan door gemeenschap aan het woord en de personen der apostelen, Joh. 17:20, GaL 1:7—9, 1 Joh. 1:3; zij zijn het fundament der kerk, Mt. 16:18, 1 Cor. 3:10, Ef. 2 : 20, Op. 21:14; hun woord, voor ons bewaard in de Schriften des N". T., is medium gratiae, Joh. 20:31, 1 Cor. 1:18 v., 15:2, 1 Joh. 1:1—4. 7°. Hun ambt is dus niet voor een tijd en niet "tot eene plaatselijke gemeente beperkt, maar het blijft en strekt zich tot de gansche kerk uit. Het is het eenige, dat rechtstreeks door Christus ingesteld is en sluit alle bevoegdheden en werkzaamheden, die in de latere ambten verdeeld zijn, in zich, de pastorale, presbyterale, diakonale, zelfs ook de evangeliseerende en profetische werkzaamheid. Van stonden aan genieten de apostelen dan ook in de kerk van Christus eene algemeen erkende autoriteit. Zij zijn niet alleen de opzieners van de gemeente te Jeruzalem, maar zij zijn de grondleggers, de vaders, 1 Cor. 4: 15, en leiders der gansche kerk, hebben opzicht over de geloovigen te Samaria, Hd. 8:14, bezoeken de gemeenten, Hd. 9 : 32, 11: 22, stellen ambten in, Hd. 6 : 2, nemen besluiten in den H. Geest, Hd. 15 :22, 28, treden op met apostolische volmacht, 1 Cor. 4:21, 5:2, 2 Cor. 2 : 9, geven bindende bevelen, 1 Cor. 7 :40, 1 Thess. 4:2, 11, 2 Thess. 2 :15, 3:6, 14 enz. en zijn nog met hun woord gezaghebbend voor de gansche

Sluiten