Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal. Christus stelt dus zichzelf als den bouwmeester van zijne gemeente voor en Petrus den belijder als de rots, waarop zijne gemeente rusten zal. In Mt. 21: 42, Hd. 4 :11, 1 Cor. 8 :10, Ef. 2 : 20, Op. 21:14, cf. 1 Petr. 2 :4—6 is hetzelfde beeld gebruikt, maar wordt het op eene andere wijze toegepast. Daar worden n.1. de apostelen gedacht als de bouwmeesters, die de kerk door hunne prediking op Christus als het fundament hebben gegrondvest. Maar hier in Mt. 16 :18 is Christus de bouwmeester, die op den belijdenden Petrus zijne gemeente bouwt. En deze belofte heeft Christus gestand gedaan ; Petrus is de eerste onder de apostelen, de voornaamste grondlegger der kerk, de voorganger en aanvoerder van al de belijders van Christus door de eeuwen heen. Daarom wordt hij in de apostellijsten altijd het eerst genoemd, Mt. 10: 2, Mk. 3 :16, Luk. 6 :14, Hd. 1:13, behoort hij met Johannes en Jakobus tot den intiemen vriendenkring van Jezus, die dezen volgen mag, als de anderen moeten achterblijven, Mt. 17 : 1, Mk. 5 : 37, 13 : 3, 14 : 33, is de woordvoerder en vertegenwoordiger der discipelen, Mt. 16 :17, 17 : 24, 18:21, 26:40, treedt na Jezus' hemelvaart als eerste getuige onder de apostelen op den voorgrond, Hd. 1: 15, 2 : 14, 3: lv., 4:8, 5:3, 29, 8:14, 10: 5v., 12 : 3v., 15:7v., en wordt als primus inter pares ook door Paulus geëerd, Gal. 1:11, 2:7—9 *).

499. Aan eene regeering heeft het der kerk dus nimmer ontbroken; en zij heeft zich deze niet zelve verschaft maar heeft ze van God ontvangen. Instituut en organisme der kerk zijn telkens tegelijk en in verband met elkander door God in het leven geroepen. Yan het apostolaat kan zelfs gezegd worden, dat het aan de kerk des JST. T. voorafging; de apostelen waren de grondleggers der gemeente, als het ware de patriarchen van het volk Gods in de dagen des ÏT. T. Maar dit apostolaat is niet voortgezet en was als ambt voor de stichting der kerk uit den aard der zaak voor geene voortzetting vatbaar; het leeft voor ons alleen voort in het apos-

*) Sieffert, art. Petrus in PRE3 XV 186 v. C. A. Kneller, Kritische Schwierigkeiten in der Apologetik, St. au.J M. Laach 1910 bl. 486—498 haalt verschillende Protestanten aan, zooals Schelling, Baur, Holtzmann, Grill, die de Roomsche exegese van Mt. 16 :18 als juist erkennen. Maar velen hunner, bijv. J. Grill, Der Primat des Petrus, Tübingen 1904, bestrijden dan tevens de echtheid van den tekst, waarvoor volgens Kneller dan weer geen grond bestaat, Verg. ook W. Köliler, Die Schlüssel des Petrus. Versuch einer religionsgesch. Erklarung von Matth. 17 :18, 19, Archiv für Religionswiss. VIII 214—243.

Sluiten