Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lingen niet bericht. Het eerst vinden wij de nqsa^vtsqoi vermeld, Hd. 11:30, 14:23, 15:2, 6, 22, 16:4, 20:17, 28, 21:18, Jak. 5 : 14, zonder dat van hun oorsprong iets wordt verhaald. Het is niet onmogelijk, dat zulk een in dienst nemen van de ngsttpi'ttooi door de apostelen reeds vóór Hd. 6, d. i. vóór de instelling van het diakonale ambt heeft plaats gehad; ol rswrsqoi in Hd. 5:6, 10 wijst op eene onderscheiding van ol notapvrtooi. Maar in elk geval leert ons het boek der Handelingen, dat er weldra in verschillende gemeenten onder leiding des H. Geestes mannen werden aangesteld, die opzicht moesten houden over de gemeente, en die eerst wel, omdat zij in den regel uit de oudsten gekozen werden, den naam van ol TroeapvrsQoi droegen, maar later met het oog op hun werkkring dien van emaxonoi kregen. Episcopi zijn dus zulke presbyten, die voor een bepaalden dienst in de gemeente werden aangewezen; alle episcopi zijn dus presbyteri, maar lang niet alle presbyteri waren episcopi; presbyteri vormden een stand of groep, episcopi droegen een ambt. Wanneer echter, gelijk eerst menigmaal geschiedde, de episcopi presbyteri genoemd werden, dan was er in den naam geen verschil; presbyteri en episcopi waren dan dezelfde personen en dragers van eenzelfde ambt, Hd. 20:17, 28, 1 Tim. 3:1, 4. 14, 5 :17, 19, Tit. 1:5, 7, 1 Petr. 5 :1, 2. Dit presbyterale of episcopale ambt werd eerst in Jeruzalem en in de gemeenten uit de Joden, Hebr. 13: 7, 17, 24, Jak. 5 :14, maar dan ook in die uit de Heidenen ingesteld. Volgens Hd. 14:23 wezen Paulus en Barnabas in iedere gemeente ouderlingen aan. Nu wordt er in de brieven aan Rome en Corinthe door Paulus wel niet met zoovele woorden van dit ambt melding gemaakt. Maar verschillende plaatsen, Hd. 20: 17, 28, Rom. 12 :8, 16 : 5, 10, 11, 14, 15, 1 Cor. 14—16, 16 :15, 16, Phil. 1:1, 1 Thess. 5:12—14, 1 Tim. 3 :1—7, Tit. 1: 5—9, 1 Petr. 5:1, Op. 4: 4, 10, 5 : 6, 8v. bewijzen, dat het ouderlingenambt eene bekende, algemeen voorkomende, apostolische instelling was. En ter versterking komt daarbij het getuigenis van Clemens Romanus J), dat de apostelen, predikende op het land en in de steden, de eerste bekeerlingen aanstelden tot opzieners en diakenen over degenen, die daarna geloovig zouden worden.

De taak, die aan deze ouderlingen was opgedragen, wordt duidelijk uit de omschrijving van hun ambt. De naam van presbyters verspreidt daarover geen licht, en maakt daarom voor andere,

') Clemens, 1 Cor. 42.

Sluiten