Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nergens zuiver geleerd. Het geloof aan Gods openbaring in Christus behield slechts beteekenis als motief voor een zedelijk, dikwijls reeds ascetisch gekleurd, leven; het Evangelie werd eene nieuwe wet, welker onderhouding het eeuwige leven, de JyVaQaiu, schonk. Heel deze moreele, wettische richting kwam aan de verheffing van het ambt als orgaan van de Goddelijke openbaring ten goede, stempelde gehoorzaamheid en onderwerping aan de kerkelijke overheid ') tot eersten Christenplicht, en haeresie en schisma tot de schnkkelijkste van alle zonden. Ten derde maakte het optreden van allerlei haeretische en sectarische richtingen organisatie en consolidatie der Christelijke gemeenten dringend noodzakelijk. De vraag naar de ware kerk kreeg practisch belang en het antwoord daarop luidde: de ware kerk is die, welke zich aan het geheel houdt, aan de catholica

ecclesia, en deze is, waar de bisschop is ).

Deze verandering in de regeering kwam niet in alle kerken tegelijk tot stand. De Didache kent ze niet; zij spreekt niet van presbyteri, maar alleen van episcopi en diaconi, die den Heere waardige mannen moeten zijn en den dienst der profeten en leeraars vervullen moeten 3). Hermas noemt apostelen, episcopi, leeraars en diakenen naast elkaar, zonder van presbyteri gewag te maken, maar schijnt aan het hoofd van elke gemeente een college te onderstellen, dat uit presbyteri saamgesteld is *), en maakt dus nog geen ambtelijk onderscheid tusschen presbyteri en episcopi. Omstreeks den tijd, waarin de Pastor van Hermas geschreven werd, dat is in elk geval in de eerste helft der tweede eeuw, bestond het monarchisch episcopaat dus in Rome nog niet. Het is trouwens ook niet in Rome, gelijk Sohm beweert5), en ook niet in het Westen, maar in het Oosten ontstaan. De eerste brief van Clemens, aan het einde der eerste eeuw uit Rome geschreven, zegt wel, dat de apostelen de eerstbekeerden tot episcopi en diaconi hebben aangesteld en dat het zonde is hen te ontslaan, wanneer zij hun dienst op onberispelijke wijze vervullen, maar kent het onderscheid van episcopi en presbyteri nog niet en gebruikt beide namen dooreen«). Daarentegen heeft het

*) ua&STe vTXOTdOasaiïcci, Clemens, 1 Cor. 57.

2) Ignatius, 8myrn. 8.

3) Didache 15.

4) Hermas, Vis. III 5. II 4.

6) Sohm, Kirchenrecht bl. 157—179.

6) Clemens, 1 Cor. 42, 44, 47.

Sluiten