Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderscheiding van clerus en leeken ingevoerd werd. Clerus, xkrjQogr lot, erfdeel, eigendom, duidde oorspronkelijk de gemeente van Christus aan als het erfdeel of eigendom Gods, Deut. 4:20, 9 :29, 1 Petr. 2 : 5. Maar langzamerhand werd het gebruik van dit woord beperkt, en eerst alleen toegepast op de presbyters, dan ook op de diakenen, en eindelijk nog op al de ordines minores (acoluthi, exorcistae, lectores, ostiarii), die in het begin der derde eeuw opkwamen. Al deze dienaren der kerk werden toch langzamerhand meer en meer van de gemeente onafhankelijk en tot beambten van den bisschop gemaakt en dan met dezen als clerus, als ecclesia docens, gesteld tegenover de leeken, de ecclesia audiens, die niets meer tezeggen maar alleen nog te luisteren en te gehoorzamen had 1). Zoo ontstond het episcopale stelsel van kerkregeering, dat in den bisschop den wettigen opvolger der apostelen en den geestelijken vorst der geloovigen ziet. Naar dat stelsel zijn verschillende Christelijke kerken ingericht, de Grieksche kerk en vele andere Oostersche kerken en secten2); voorts de Roomsche kerk, die echter van het episcopale stelsel tot het papale is voortgeschreden en daarom steeds door de aanhangers van het zuivere episcopale stelsel, zooals de mannen der reformatorische conciliën, de Gallikanen, de Jansenisten, de Febronianen, de Oud-katholieken bestreden werd3), en eindelijk de Anglikaansche kerk, die in den eersten tijd bij monde van Cranmer, Parkington, Whitgift, Usher e. a. het episcopale stelsel nog slechts als een geoorloofd en nuttig jus ecclesiasticum, maar later, vooral na de aartsbisschoppen Bancroft en Laud, als een jus divinum verdedigde *■).

501. Doch de Roomsche kerk is bij het episcopale stelsel niet blijven staan, maar heeft het verder ontwikkeld tot het papale systeem. Rome was reeds eeuwenlang de wereldstad en nam ook terstond in de Christelijke kerk eene gewichtige plaats in. Paulus

v) Cremer, s. v. Harnack, D. G. I 383. Id., Entst. u. Entw. der Kirchenverfassung bl. 51. Sohm, Kirchenrecht I 157—247. Caspari, art. Geistliche in PRE3 VI 463. Achelis, art. Laien in PRD3 XI 218.

2) Hofmann, Symboliek § 44. 55. 62 v.

3) Conc. Trid. sess. 23 c. 4 en ean. 6. Conc. Vatic. sess. 4 prooem. Bellarminus, de membris ecclesiae militantis, Controv. II 2. Petavius, de eccl. hierarchia, Theol. dogm. Paris 1870 VIII 97—406 enz. Verg. Sehling, art. Episkopalsystem in der röm. kath. Kirche, PRE3 V 427.

4) Kattenbuscli, art. Anglik. Kirche in PRE3 I 525—547.

Sluiten