Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

potestatis en de onfeilbaarheid van den paus duidelijk uit en ontwikkelde haar menigmaal tot in haar uiterste consequentiën toe '). Den 18en Juli 1870 werd op het Yaticaansch concilie de constitutio dogmatica de ecclesia Christi aangenomen, en daarbij bepaald: 1° dat het primatus jurisdictionis in universam Dei ecclesiam onmiddellijk en rechtstreeks door Christus aan Petrus beloofd en opgedragen is; 2° dat dit primaat van Petrus in den bisschop van Rome als zijn opvolger voortduurt; 3° dat dit primaat van den paus bestaat in plena et suprema potestas jurisdictionis in universam ecclesiam, non solum in rebus, quae ad fidem et mores, sed etiam in iis, quae ad disciplinam et regimen ecclesiae per totum orbem dilïusae pertinent, zoodat hij judex supremus fidelium is, in alle zaken, die de kerken raken, de hoogste beslissing heeft, boven aller oordeel verheven en aan geen concilie onderworpen is; 4° dat in dit primaat ook begrepen is suprema magisterii potestas, zoodat de paus wel geene nieuwe openbaringen ontvangt en alleen onder de leiding des H. Greestes de overgeleverde openbaring zuiver bewaart en uitlegt, maar toch dit zoo doet, dat hij, wanneer hij ex cathedra spreekt en als Herder en Leeraar van alle Christenen-eene leer over geloof of zeden vaststelt, door Goddelijke ondersteuning de onfeilbaarheid deelachtig is, uit zichzelven en niet eerst tengevolge van de toestemming der kerk2).

502. Ofschoon deze hiërarchische kerkregeering in haar oorsprong veel ouder is, dan vroegere Protestanten geneigd waren te erkennen en zelfs tot den aanvang der tweede eeuw teruggaat; ofschoon zij door den logischen gang harer ontwikkeling en door het imposante van hare verschijning nooit nalaat, indruk te maken; zij is desniettemin in beginsel en wezen met de regeering, welke Christus aan zijne kerk heeft geschonken, in lijnrechten strijd. Ten eerste toch wordt de onderscheiding van clerus en leeken, die aan deze hierarchie ten grondslag ligt, in het N. T. nergens geleerd en door de inrichting der kerk der eerste eeuw ten stelligste weer-

') Canus, Loei theol. lib. 6. Bellarminus, de summo pontifice, Controv. 1188— 255. Becanus, Manuale Controv. I c. 4. Theol. Wirceb., ed. 3 Paris. 1880 I 267 v. Joseph du Maistre, Du pape 1819. Perrone, Prael. theol. 1843 VIII 295—536. Heinrich, Dogm. Theol. II 163—476. Scheeben, Dogm. I 220 v. IV 397—458. Ermann, De Paus. Utrecht 1899 enz.

2) Acta et decreta sacr. conc. ree. Collectio Lacensis VII Friburg 1890 bl. 262—498.

Sluiten