Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch duidelijk eene afwijking te zien van de ordeningen der apostelen. Immers het N. T. weet nog niets van een ambtelijk onderscheid tnsschen èntaxortog en ngeafivrsQog. Ofschoon de naam notafivrsqoi in den eersten tijd waarschijnlijk eene ruimere beteekenis had, en soms ook de oude eerwaardige leden der gemeente aanduidde, als ambtsnaam was hij toch met dien der smaxonoi identisch. Immers waren er in de gemeenten vele smaxoitoi, Hd. 20:17, 28, Phil. 1:1; en dit èmcxonsiv was juist aan nqsd^VTsqoi opgedragen, Hd. 20:17, 28, 1 Tim. 3:1—7, 5: 17, Tit. 1:5, 7, 1 Petr. 5: 1—3; Petrus noemt zich daarom ook een nosa^vrsQog, 1 Petr. 5:1; van eene bijzondere instelling van het episcopaat naast het presbyteraat weet het N. T. dan ook niets; behalve de buitengewone ambten van apostel, profeet en evangelist, zijn er maar twee gewone ambten, dat van diakenen en dat van ngeGfivTsqoi, Phil. 1:1,1 Tim. 3:1,8, noifisveg xai óióaGxakoi, Ef. 4 :11, 1 Tim. 5 :17, xvfteQvtjGeig, 1 Cor. 12 : 28, ngoiGTa^isvoi, Rom. 13 : 8, 1 Thess. 5 :12, ryov/jisvoi, Hebr. 13 : 7, 17.

Deze getuigenissen der Schrift zijn zoo sterk, dat niet alleen Aerius in de 4" eeuw, de "Waldenzen, "Wiclef, de Hervormers enz., het presbyterale en episcopale ambt identisch noemden, maar ook vele kerkvaders, zooals Theodoretus, Chrysostomus, Epiphanius e. a. zich gedrongen zagen tot de erkentenis, dat in het N. T. de namen van presbyter en episcopus door elkander werden gebruikt; en Hieronymus zegt zelfs, dat presbyteri en episcopi oorspronkelijk gelijk waren, doch dat er later één uit hen over de anderen gesteld werd, in schismatis remediumx). De Roomschen kunnen met de Schrift op dit punt niet in het reine komen. Volgens Hd. 20:17, 28, Phil. 1:1 waren er ongetwijfeld onderscheidene episcopi in ééne gemeente; maar de Roomschen kunnen dit niet erkennen en zeggen daarom, dat de apostelen soms aan de presbyteri tegelijk de episcopale wijding gaven (Petavius), of dat daaronder tegelijk de episcopi der naburige gemeenten begrepen zijn (Franzelin), of dat de namen van presbyteri en episcopi nog niet onderscheiden waren 2). In het laatste geval is echter het beweerde verschil tusschen het presbyterale en episcopale ambt niet te handhaven. Bij dit getuigenis der Schrift komt dan nog de les der historie, dat het Roomsche episcopaat de wortel is der hierarchie, den weg tot het pausdom opent,

*) Bij Petavius, Dissert. Eccles. I c. 1—3. Verg. ook Lombar dus, Sent. IV 24, 9. *) Scheeben, Dogm. IV 395. Ermann, De Paus 2e ged. bi. 96.

Sluiten