Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de ongelijkheid der gemeenten meebrengt en de geloovigen van de ambten slaafs afhankelijk maakt. Ook dit alles is met de Schrift ten eenenmale in strijd. Eene hierarchie is er in de kerk van Christus niet, Luk. 22:25, 26, 2 Cor. 1:24, 1 Petr. 5:3; eene dioecesane, cathedrale, patriarchale of metropolitaansche kerk bestaat er niet, want alle gemeenten zijn in het N. T. gelijk en hebben elk haar eigen èniaxonoi; en nergens wordt aan de geloovigen bevolen, om naar de legitima successio van hare dienaren onderzoek te doen, maar om de Schrift te onderzoeken, in de leer te blijven enz., Joh. 5 : 39, Hd. 17 : 11, 1 Tim. 4 : 13—16, 2 Tim. 1:13, 14, 3 :14—17. Wettelijke opvolging waarborgt ook niet de zuiverheid der leer, Joh. 8: 39, Rom. 2 : 28, 9:6, en zou de zaligheid afhankelijk maken van bepaalde personen en van een onpractisch, feilbaar en dikwerf zelfs onmogelijk historisch onderzoek. Om deze redenen werd het episcopaat door de Hervormers eenparig verworpen. "Wel waren de Lutherschen bereid, om het recht, dat het secunaum ecclesiasticam politiam verkregen had, te erkennen, indien het wezenlijke in het bisschoppelijk ambt maar bleef het op goddelijk recht berustend ministerium verbi et sacramentorum1). Ook werd de naam van bisschop soms behouden en op den landsheer overgedragen, of ook werd wel in enkele zoowel Gereformeerde als Luthersche kerken één uit een kring van dienaren onder den naam van bisschop of superintendent met de inspectie over een groep van gemeenten belast z). Calvijn en vele anderen, Knox, a Lasco, Saravia, Tilenus, Scultetus, Bochartus, Spanheim enz. hadden daartegen ook geen overwegend bezwaar3). Maar dit was toch iets wezenlijk anders dan het bisschoppelijk ambt in de Roomsche kerk, dat volgens het concilie te Trente essentiëel van het presbyteraat verschilt, op goddelijk recht berust en in de 17® eeuw ook in de Anglikaansche kerk ingevoerd en verdedigd werd 4).

Ten derde staat volgens de H. Schrift vast, dat het apostolaat een exceptioneel, tijdelijk en onvernieuwbaar ambt is geweest in de gemeente des N. T. Ook al ware het episcopaat een ander ambt dan het presbyteraat, er zou toch volstrekt niet uit volgen, dat het

') J. T. Miiller, Symb. Bücher bl. 62, 205, 286, 340.

-) Verg. Sehling, art. Episkopalsystem in der evang. Kirche PRE3 V 425.

3) M. Vitringa, Doctr. IX 210 v.

4) Verg. Calvijn, Inst. IV 3, 8. 4, 2 v. 5, 1 v. Voetius, Pol. Eccl. III 832—869 M. Vitringa, Doctr. IX 141—229 enz.

Sluiten