Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zullen wankelen. Gelijk van Paulus met hetzelfde woord, anjtfa, gezegd wordt, dat hij de discipelen sterkte, Hd. 18:23, cf. Rom. 1:11, 16 : 25, 1 Thess. 3 : 2, 2 Thess. 3 : 3, 1 Petr. 5 :10, zoo wordt hier aan Petrus beloofd, dat hij later zijn broederen tot bemoediging, volharding, bevestiging dienen zal. Van dezen heerlijken, geestelijken steun maakt het wettische Rome een primatus jurisdictionis! In Joh. 21: 15—17 eindelijk wordt Petrus hersteld in den rang, <lien hij vroeger met en onder de apostelen ingenomen had. Hij ■ontvangt geen nieuw ambt, uitgaande boven dat, hetwelk hij vroeger bezat. Want de aanspraak met den naam van Simon, Jona's zoon, de drievoudige vraag en de omstandigheden, waarbij dit voorval plaats had, bewijzen onweerlegbaar, dat Petrus alleen hersteld wordt in den rang, dien hij door zijne verloochening van Jezus verbeurd had, dus in het apostolaat en in het primatus honoris, dat hem vroeger reeds geschonken was. En zoo ook wordt hem, als Jezus hem weder de zorg en leiding van zijne kudde in het algemeen en van de schapen in het bijzonder toevertrouwt, geen andere werkzaamheid opgedragen, dan die in het apostolaat als zoodanig lag opgesloten en dus ook aan alle andere apostelen toekwam, Mt. 28:19, Mk. 16:15, 2 Cor. 11:28. De voorrang, dien Petrus onder de apostelen genoot, nam dan ook ganschelijk niet weg, dat hij door Jezus, dien hij afhouden wilde van zijn aanstaand lijden, als een satan en ergernis teruggewezen wordt, Mt. 16:23, om zijne zelfverheffing boven de andere apostelen vernederd wordt, Joh. 21:15, om zijn onoprechtheid in Antiochië door Paulus bestraft wordt, Q-al. 2 :11, met Johannes door de andere apostelen naar ■Samaria gezonden wordt, Hd. 8:14, over Paulus hoegenaamd geene jurisdictie had, Gal. 2:6, 9, nooit in de Schrift afzonderlijk als hoofd en vorst der apostelen genoemd wordt, 1 Cor. 1-j . 28, Ef. •2:20, 4:11, Op. 21:14, en zelf bewaring der geloovigen alleen aan de kracht Gods toeschrijft, zichzelf een avfia^sa^vrsQog noemt •en tegen een heerschappij voeren over de gemeenten waarschuwt,

1 Petr. 1: 5, 5 :1, 3.

Ten vijfde. Maar al zou de Schrift aan Petrus ook een primaat in Roomschen zin toeschrijven, wat echter geenszins het geval is, dan zou daarmede nog niets gewonnen zijn voor het primaat van den bisschop van Rome. AVant hiertoe moet er nog heel wat meer bewezen worden, n.1. 1° dat Petrus te Rome geweest is, 2° dat hij •daar het ambt van bisschop en primas heeft bekleed, en 3° dat hij •met bewustheid en opzet deze beide ambten aan één bepaalden

Sluiten