Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schiedenis nog niet van Petrus als bisschop en noemt Petrus en Paulus nog naast elkaar, maar noemt elders Petrus alleen en zegt ook, dat Petrus reeds onder keizer Claudius naar Rome is gekomen, om Simon Magus te bestrijden 1). Hier wordt tegelijk de oorsprong der legende ontdekt. Reeds vóór het midden der tweede eeuw gold het in Rome als een feit, dat Simon Magus onder Claudius naar Rome was gekomen. De omstreeks 160 ontstane Acta Petri leerden in aansluiting aan Hd. 8, dat Petrus en Simon Magus veel met elkaar hadden gestreden. Deze overleveringen werden gecombineerd en gaven zoo geboorte aan de legende, dat Petrus onder Claudius naar Rome was gekomen en daar tot zijn dood in 64, dus een twintigtal jaren, geleefd had. En Eusebius en Hieronymus maakten haar tot een bestanddeel van de Roomsche traditie 2).

Ten zesde, de Roomsehen, ofschoon in de traditie na Irenaeus steun vindende, verkeeren tegenover de oudste, uit de eerste en tweede eeuw afkomstige getuigenissen in niet geringe verlegenheid. Maar al zouden deze getuigenissen gunstiger en meer in hun voordeel zijn, zij moeten toch allen erkennen, dat het primaat van den bisschop van Rome gebouwd is op eene historische onderstelling, n.1. hierop, dat Petrus in Rome geweest is, dat hij daar het ambt van bisschop en primas heeft bekleed en dit aan zijn opvolger heeft overgedragen. Nu is deze traditie, onderstel al, dat zij dit alles bevestigde, toch slechts een historisch getuigenis, dat ook volgens Rome niet op onfeilbare zekerheid, doch slechts op hooge waarschijnlijkheid aanspraak kan maken. Het primaat van den bisschop van Rome, de kerkelijke waardigheid van den paus, en dus de waarheid der Roomsche kerk en de zaligheid der Roomsche kerkleden is op eene historische waarschijnlijkheid gebouwd, die ieder oogenblik door nieuwe getuigenissen teniet gedaan kan worden. De eeuwigheid hangt hier aan een spinrag. Doch daarbij doet zich voor Rome nog eene andere moeilijkheid voor. De traditie bij Julius Africanus, Origenes, Eusebius enz. verhaalt, dat Petrus vóór zijue reis naar Rome in het tweede jaar van keizer Claudius in Antiochië is geweest en daar het episcopaat heeft ingesteld3). Laat deze

Eusebius, Hist. eccl. III 2. III 4, 9. II 14, 6.

*) Ha se, Protest. Polemik5 bi. 150 v. Kattenbusch, Yergl. Conf. 90 v. Harnack Die Chronologie der altchristl. Litteratur bis Eusebi js I 1897 passim, vooral bl 171 v. 240 v. 703 v. Th. Zahn, Einl. in des N. T. I2 1906 II2 1907 passim, voor? II 18 v.

®) Harnack, Die Chronologie der altchr. Lit, I 118, 705.

Sluiten