Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Einsetzung des Primates als einer dauernden Institution (wat echter ook onbewijsbaar is), aucli eine menscklick vermittelte Grundlage von geschicktlicker Natur bezit 1). Daarom zijn eindelijk de Roomsche theologen onderling ook niet eenstemmig over den aard der verbinding van primaat en Roomsch episcopaat. Sommigen, zooals Dominicus Soto, Bannez, Mendoza e. a. zijn van meening, dat die verbinding slechts is ex jure ecclesiastico en dat het primaat van den Roomschen bisschopszetel op een ander kan overgedragen worden. Ballerini, Veith e. a. laten de vraag onbeslist en achten ze hoogst moeilijk te beantwoorden. Maar Cajetanns, Canus, Suarez enz. zijn van oordeel, dat Petrus, nadat hij in Antiochië het episcopaat had ingesteld, eene bijzondere goddelijke openbaring ontving en krachtens deze het primaat onlosmakelijk met het episcopaat te Rome verbond 2). Hoewel dit geschil nog niet formeel tot beslissing is gebracht, spreken pausen, conciliën, theologen meest ten gunste van het laatste gevoelen; onwillekeurig gaan zij altijd van de onoplosbare verbinding van beide uit. Door den Syllabus van Pius IX prop. 35 is uitgemaakt, dat de kiesgerechtigden het primaat niet van de stad Rome en haar bisschop op een andere stad en bisschop mogen overdragen. Alleen blijft de vraag over, of de paus zelf dit zou mogen doen; en dit is natuurlijk alleen door den onfeilbare zelf te beslissen. De Roomsche Christen is dus gehouden te gelooven, dat de gemeenschap met de plaatselijke kerk te Rome noodzakelijk tot de zaligheid is. De zoogenaamde katholieke kerk is in der waarheid Roomsche kerk; dat is haar naam en haar wezen.

503. De Roomsche hierarchie lokte, naarmate zij zich verder ontwikkelde, te ernstiger verzet en tegenstand uit. In de Middeleeuwen stonden er verschillende secten op, die Rome als Babel en den paus als den antichrist verwierpen. En in de eeuw der Hervorming breidde deze oppositie over heel de westersche Christenheid zich uit. Uit verklaarbare reactie kwamen velen er toe, om alle kerkinstituut te verwerpen, of om daarin slechts eene vrije, wille-

') Scheeben-Atzberger, Dogm. IV 1 bl. 425.

2) Schivane, D. G. IV 300, 311, 341 en voorts Bellarminus, de Kom. pontif. lib. II. Theol. Wirceb. ed. Paris. 1880 I 267—306. Perrone, Prael. theol. Lov. 1843 VIII 295—419. Scheeben-Atzberger, Dogm. 424—435. Jansen, Prael. I 512—582. Hettinger, Apol. des Ohrist. IV 1897 bl. 499—618. \V. Easer, Des h. Petrus Aufenthalt, Episkopat und Tod zu Hom. Breslau 1889. Joseph Hollweck, Der apost. Stuhl und Eom. Mainz 1895.

Geref. Dogmatiek IV. 26

Sluiten