Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tegenover deze hierarchie stelde Luther zich tevreden met de herstelling van het oorspronkelijk predikambt. "Wel achtte hij tot oefening der tucht een raad van oudsten en tot verzorging der armen een raad van diakenen noodig. Maar deze ambten werden toch van wege de ongelegenheid der tijden niet hersteld; zij waren ook niet zoo noodig als het episcopale, geestelijke predikambt, het Pfarramt, dat het voornaamste ambt is en waardoor Christus in het bijzonder zijne kerk regeert. Het ouderlingen- en diakenambt werden daarom in de Luthersche kerk vervangen door consistorie en kerkvoogdij; de Roomsche ordines maakten plaats voor den ordo ecclesiasticus, politicus en oeconomicus l). Daarentegen is de presbyterale kerkregeering te danken aan Calvijn. Wel werden er reeds vóór hem, o. a. door Oecolampadius te Bazel in 1530 pogingen beproefd, om ten behoeve der kerkelijke tucht het ambt van oudsten in te stellen, maar Calvijn heeft dit toch het eerst uitgevoerd en het ouderlingenambt tot een kenmerk der Gereformeerde kerkregeering gemaakt2). Hij ging daarbij uit van het woord Gods. Want al is het ook, dat karakter en omstandigheden Calvijns oog openden voor de beteekenis der ambten in de H. Schrift, toch is de presbyterale kerkregeering door hem niet uit eenig abstract beginsel, maar uit het woord Gods afgeleid en op zijn gezag in de kerk ingevoerd. In den nieuweren tijd is men wel van een Gemeindeprinzip gaan spreken en heeft men daaruit een soort van presbyterale en diakonale ambten opgebouwd; eene gemeente had recht, om zichzelve te regeeren, evenals op staatkundig gebied het volk hoe langer hoe meer invloed op de regeering verkrijgt 3), en evenzoo had eene gemeente organen, d. i. diakenen en diakonessen noodig tot uitoefening van het werk der inneren Mission 4). Maar

de clericis I c. 11 v. Dens, Theol. VII 50 v. Oswald, Die dogm. Lehre v. d. h. Nakr. II2 315—335. Seydl, Der Diakonat. Regensburg 1884. \ ering, Lehrb, des kath. oriënt, und prot. Kirchenrechts 3. Freiburg 1893 bl. 558 v., enz.

1) Köstlin, Luthers, Theol. II 538 v. Conf. Aug. en Apol. art. 5.14. 28. Gerhard, Loc. XXIII vooral § 232. 233. Sohm, Kirchenrecht 460—542. Achelis, Lehrb. d.

prakt. Theol. I2 60 v.

2) -Lechler, Gesch. der presb. u. syn. Verf. Leiden 1854. Achelis, art. Presbyter in der alten Kirche, en E. F. K. Müller, art. Presbyter seit der Reformation in PRE3 XVI 5 v.

3) Zoo Stahl en vele jongere Kerkenordeningen, bij Rieker, Grundsatze ref.

Kirchenverf. bl. 130 v.

t) Paul Wurster. Die Lehre v. d. inneren Mission. Berlin 1895 bl. 128 v.

Sluiten