Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leven, door den ban, iro, B"n, «nïra uit zijn midden wegdeed en zonder of met anathematismen, voor een tijd of voor goed buiten dé gemeente sloot, Luk. 6 : 22, Joh. 9 : 22, 12 : 42, 16 : 2. ').

508. Toen Jezus, komende tot het zijne, door de zijnen niet aangenomen werd, organiseerde Hij zijne discipelen tot eene fxxAttffice, die hopend en lijdend zijn tweede komst en de overwinning van al zijne vijanden verbeiden moest. Deze gemeente toont in inrichting en cultus wel eenige overeenkomst met de synagoge, maar is toch veeleer eeno vrije en zelfstandige organisatie van het nieuwe leven, dat Christus aan het licht gebracht had 2). Immers kan er geen twijfel over bestaan, of Christus zulk eene gemeente gesticht en haar eene zekere macht toebetrouwd heeft. Zelf toch spreekt Hij van haar als zoo hecht op eene rots gebouwd, dat de poorten der hel niets tegen haar zullen vermogen, Mt. 16:18, en voorts geeft Hij aan die gemeenten ambten, bedieningen, instellingen, gaven, Rom. 12 : 6v., 1 Oor. 12—14, Ef. 4 :11, die er alle op wijzen, dat zij een eigen, vrij, onafhankelijk bestaan en eene zelfstandige inrichting heeft. Maar deze macht, welke Christus aan zijne gemeente verleent, draagt een bijzonder karakter. Zij bestaat in niets anders, maar ook in niets minder dan in de macht der sleutelen, die door Christus het eerst aan Petrus toebedeeld werd, Mt. 16: 19. Nadat Petrus eerst om zijne belijdenis van Jezus' Messianiteit eene rots was genoemd, op welke Christus zijne gemeente zou bouwen, stelde Hij hem daarna in vers 19 tot oixovo/.iog van het koninkrijk der hemelen aan en vertrouwde hem de sleutelen van dat koninkrijk toe. Sleutelen zijn een teeken van heerschappij, Jes. 22:22, Luk. 11: 52, Openb. 1:8, B : 7, 9 :1, 20 :1, en duiden hier de macht van Petrus aan, om het koninkrijk der hemelen te openen en te sluiten, d. i. om te bepalen, wat daarin al dan niet gelden zal. Zahn maakt terecht de opmerking, dat in dezen tekst niet personen, maar handelingen het voorwerp van het binden en ontbinden zijn 3). De Arameesche woorden, die bij Mattheus door êeeiv en kvsiv, en in onze taal door binden en ontbinden zijn vertaald, hebben de beteekenis van: voor verboden en voor geoorloofd verklaren, en slaan in den regel niet op verledene, maar op toekomstige zaken. Petrus

*) Schürer, Gesch. d. jild. Volkes II3 passim, vooral bi. 428 v.

2) Verg. boven bi. 368.

3) Zahn, Das Ev. des Matthaus ausgelegt2 bl. 544 v.

Sluiten