Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reformatie gesteld. Het bindt nooit tegen de natuur als zoodanig, maar wel overal en altijd, op ieder terrein en tot in de verborgens te schuilhoeken toe tegen de zonde en de leugen den strijd aan. En zoo predikt het beginselen, die niet langs revolutionairen, maar langs zedelijken en geestelijken 'weg overal doorwerken en alles hervormen en vernieuwen. Terwijl het naar Jezus bevel gepredikt moet worden aan alle creaturen, Mk. 16: 15, is het eene kracht Gods tot zaligheid een iegelijk die gelooft, Rom. 1:16; een tweesnijdend scherp zwaard, dat doordringt tot de verdeeling der ziel en des geestes, Hebr. 4:22; een zuurdeesem, die alles doorzuurt, Mt. 18:33; een beginsel, dat alles herschept; eene'macht, die de wereld verwint, 1 Joh. 5:4.

509. Deze apostolische leer van de kerkelijke macht bleef geruimen tijd in de Christelijke kerk erkend. Het kwam eerst in de gedachte niet op, dat de arme, kleine gemeente nog eens eene wereldkerk zou worden, die aan vorsten en volken de wetten voorschreef. Alwat men begeerde, was, om onder de heidensche overheid een gerust en stil leven te mogen leiden in alle godzaligheid en eerbaarheid. Maar toen de kerk tot aanzien en heerschappij kwam, werd ook hare macht gansch anders opgevat. De ontwikkeling van episcopaat en traditie, van priester- en offeridee bracht mede, dat de ordinatie als eene sacramenteele handeling werd beschouwd, die, door den bisschop verricht, den ambtsgeest mededeelde en tot het voltrekken der kerkelijke ceremoniën recht en bevoegdheid schonk. En hoewel de sleutelmacht, in Mt. 16: 18 aan Petrus geschonken, door combinatie met Mt. 18:18 en Joh. 20:23 in den eersten tijd van de vergeving der zonden verstaan werd 1), kreeg zij vooral door het sacrament der boete allengs een juridisch karakter. De macht der kerk is daarom volgens Rome tweeërlei: potestas ordinis en potestas jurisdictionis, van welke de laatste dan weer in jurisdictio fori interni (sacramentalis) en fori externi (legifera, judiciaria en coactiva) onderscheiden wordt2). Tot recht verstand van deze door Rome aan de kerk toegekende macht dient het volgende in acht genomen te worden. 1° De potestas docendi

*) Cyprianus, de unit. eccl. 4. Ep. 75, 16.

2) Thomas, S. Theol. II 2 qu. 39 art. 3. Catech. Kom. II 7, 6. Conc. Vat. ed. Lacensis col. 570. Klee, Kath. Dogm. I2 162. Dieringer, Kath. Dogm.4 619. 715. Liëbermann, Inst. Theol. I8 290. Simar, Dogin. 593. Scheeben-Atzberger, Dogm. I\ 1 bl. 317 v. Schell, Kath. Dogm. III 1 bl. 396. Jansen, Prael. theol. I 380 v. enz.

Sluiten