Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

traditie is. Door zijne onfeilbaarheid is de paus in de Roomsche kerk de eenige, absolute souverein, bron van alle kerkelijke en zelfs direct of indirect van alle wereldlijke macht. Daarom heet hij sedert de 9e eeuw in onderscheiding van alle andere bisschoppen Papa '), niet maar opvolger en plaatsvervanger van Petrus doch vicarius Christi, vicarius Dei 8), pater spiritualis omnium patrum, imo omnium fidelium, hierarcha praecipuus, sponsus unicus, caput indivisum, pontifex summus, fons et origo, regula cunctorum principatuum eccleciasticorum 3). De paus is de kerk, is het Christendom, is het Godsrijk zelf. Le pape et Féglise, c'est tout un, zeide Fr. de Sales. Ubi papa, ibi ecclesia. Het primaat van den paus is summa rei christianae *). Zonder paus geen kerk, geen Christendom5). Onderwerping aan den paus is voor alle menschen noodzakelijk ter zaligheid (Bonifacius VIII). De paus is middelaar der zaligheid, de weg, de waarheid en het leven. Er onbreekt nog maar aan, dat hij aangebeden wordt, maar ook dat is een quaestie van tijd 6). Inderdaad, Scheeben-Atzberger zegt het terecht, indien het primaat van den paus niet Gods

werk is, dan is het eene blasphemische und diabolische Usurpation 7). ■ •

x) Schwane, D. G. I 543.

-) Schwane, D. G. III 536, 538.

') Bonaventura, Brevil. VI 12.

4) Bellarminus, de Kom. Pontif. in de voorrede.

6) Veuillot bij Ha se, Protest. Polemik5 187.

6) Harnack, D. G. III 652.

*) Scheeben-Atzberger, Dogm. IV 1 bl. 427. Verg. verder tegen het pausdom Luther, von dem Papstthum zu Rom 1520 v. Köstlin, Luthers Theol. I 317. Art. Smalc. 4 en Tract. de potestate et primatu papae, bij Huiler, Symb. B. 306.328. Calvijn, Inst. IV c. 4—11. Amesius, Bellarminus enervatus, I lib. 3. Chamier, Paustr. Cath. II lib. 2. Voetius, Pol. Eccl. III 775 v. Id., Disp. II 684—882. Id., Desperata Causa Papatus. Amst. 1635. Heidegger, Corp. Theol. Loc. 72,2. Turretinus, Theol. El XVIII qu. 16—20. Id., de necessaria secessione nostra ab eccl. rom. vooral disp. 5 : de tyrannide romana. De Moor, Comm. VI 195 v. J. von Döllinger, Das Papstthum. Neubearbeitung von Janus, Der Papst und das Concil, von J. Friedrich, München Beek 1894. Langen, Das Vatik. Dogma von dem Universalepisc. u. der Unfehlb. des Papstes, 3 Theile, Bonn 1871—73. Br. W. Joos, Die Bulle Unam Sanctam und das Vatik. Autoritatsprinzip2 Sehaffh. 1897. Graf von Hoensbroech, Das Papstthum in seiner sozial-kulturellen Wirksamkeit, Leipzig 1901. Bungener, Pape et concile au 19e siecle. Paris 1870. Gladstone, Rome and the newest fashion in religion 1875. Hase, Handbuch der Prot. Polemik5, Leipzig 1891. Tschackert, Evang. Polemik gegen die röm. Kirche, Gotha 1885. D. Snijder, Rome s voornaamste leerstellingen en bedoelingen voor den protestant toegelicht. Gor. 1890. Het dogma van de onfeilbaarheid van den paus enz., uit het Duitsch door D. Snijder, Rott. 1899.

Sluiten