Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit. Daarom brengt Hij maar niet sommige menscken individueel door zijn Geest tot het geloof, opdat zij voorts vrij zich vereenigen en met de ontvangene gaven des Geestes elkander dienen zouden. Doch Hij sticht eene gemeente, eene kerk, en richt deze van stonden aan zoo in, dat zij bestaan, zich voortplanten en uitbreiden, en haar taak op aarde volbrengen kan. Ter verduidelijking mag en moet tusschen het wezen en de regeering der kerk onderscheid worden gemaakt. Maar dit onderscheid mag nooit zoo worden verstaan, alsof de geloovigen oorspronkelijk van alle regeering en macht verstoken zouden zijn geweest. Integendeel, de vorige paragraaf heeft in het licht gesteld, dat de kerk van het eerste oogenblik van haar bestaan na den val af eene zekere organisatie heeft gehad, eerst in de patriarchale gezinnen, daarna in het volk Israels, en sedert Christus' komst op aarde in de verschillende buitengewone en gewone ambten, die Hij in zijne gemeente ingesteld heeft, Mk. 3:14, Luk. 10:1, Hd. 20: 28, 1 Cor. 12 :28, Ef. 4:11. Elk ambt sluit echter een macht, een recht, een bevoegdheid in. Wel is waar zijn er vele gaven in de gemeente, die door den H. Geest geschonken, als diaxovim van Christus en als ivfQyr^iuta Gods des Vaders zich openbaren en der gemeente onderling tot stichting dienen, 1 Cor. 12 : 4v. Maar niettemin verbond Christus aan de ambten, die Hij in zijne gemeente instelde, eene speciale ivacht, ègovaia, bestaande in het predikc-n van het Evangelie, Mt. 10 : 7, Mk. 3 : 14, 16 : 15, Luk. 9 : 2, enz., in het bedienen der sacramenten, Mt. 28:19, Mk. 16 : 15, Luk. 22 :19, 1 Cor. 11: 24—26, in het doen van allerlei wonderen, Mt. 10 :1, 8, Mk. 3: 15, 16:18, Luk. 9:1, 10 : 9, 19 enz., in het houden of vergeven der zonden, Mt. 16 : 19, 18 : 18, Joh. 20: 23, in het weiden der kudde, Joh. 21:15—17, Hd. 20: 28, in het oefenen van tucht, Mt. 18 : 17,1 Cor. 5:4, in het dienen der tafelen, Hd. 6:2, in het recht om te leven van het Evangelie, Mt. 10 :10, 9 : 4v., 2 Thess. 3 : 9, 1 Tim. 5 :18. Deze omschrijving, welke de Schrift van de macht der kerk geeft, wijst niet alleen haar ontwijfelbaar bestaan, maar ook hare volkomene onafhankelijkheid en eigensoortigheid tegenover alle andere macht ter wereld aan. Er is velerlei macht en gezag op aarde, in huisgezin, maatschappij, staat, kunst, wetenschap enz. Maar de kerkelijke macht is van deze alle in wezen onderscheiden en tegenover haar volkomen zelfstandig. ant al die andere macht is afkomstig van God als schepper van hemel en aarde, Rom. 13 :1, maar deze kerkelijke macht heeft haar oorsprong rechtstreeks in God

Sluiten