Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anderen. Maar Hij doet het inzonderheid op eene onderscheidene wijze, ambtelijk, met uitdrukkelijk verleenden last en volmacht, in •de openbare samenkomsten van het volk Gods, door den dienaar des "Woords. Onder de potestas docendi is nu voornamelijk deze ambtelijke bediening des "Woords te verstaan. Naar twee zijden moet deze dienst in zijne zelfstandigheid gehandhaafd worden. Vooreerst naar de zijde van de Roomsche kerk, die het woord aan het sacrament, den homileet aan den liturg, de prediking aan den •cultus, de potestas docendi aan de potestas jurisdictionis ondergeschikt maakt. Naar de Schrift toch gaat het woord voorop, en het sacrament komt daaraan als aanhangsel en zegel toe; er is geen sacrament zonder woord, wel een woord zonder sacrament. Het sacrament volgt het woord; wie het woord bedient, moet daarom nog niet altijd, 1 Cor. 1:14—17, maar kan en mag toch het sacrament bedienen, en is ook dan een bedienaar des woords, van het zichtbare woord, dat aan het hoorbare toegevoegd is. Ten tweede is deze ambtelijke bediening des woords zelfstandig tegenover alle onderwijzing des woords, die door de geloovigen onder elkander of naar buiten geschiedt, en zelfs wezenlijk onderscheiden van de toepassing, welke de presbyter van het woord heeft te maken bij het bezoek van de leden der gemeente. Zeker kan en mag ook de ambtelijke bediening des woords in de samenkomsten der gemeente als een weiden der kudde worden opgevat. De Schrift gaat ons daarin voor. De Heere is de herder van zijn volk, Ps. 23 : 1, 80: 2, Jes. 40 : 11, 49 :10, Jer. 31:10, Ezech. 34 :15; Christus heet de -herder der kudde, Ezech. 34: 23, Joh. 10: 11, 14, Hebr. 13:20, 1 Petr. 2:25, 5:4, Op. 7:17. En onder Hem als den doxmoifirjv, 1 Petr. 5:4, dragen ook zijne dienaren den naam van herders, noifisvsg, pastores, Jes. 44 : 28, Jer. 2:8, 3 :15, 23 : lv., Ezech. 34 : 2v. enz., Joh. 10 : 2, Joh. 21:15—17, Hd. 20 : 28, 1 Cor. -9:7, Ef. 4:11, 1 Petr. 5: 2 1). Maar sedert de beide werkzaamheden van weiden en leeren, van regeeren en arbeiden in het woord en de leer gescheiden werden en ieder een eigen orgaan verkregen, Ef. 4:11, 1 Tim. 5:17, is de naam van leeraar de karakteristieke titel van den dienaar des woords geworden. Door -zijne voorbereiding en opleiding, door zijn algeheele toewijding aan den arbeid in het woord, door de macht om van het Evangelie te

') ^ erg- het Formulier v. de Geref. kerken voor de bevestiging van dienaren des Woorda.

Sluiten