Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gansche Christenheid vertegenwoordigt, want dit is lang niet altijd met de dusgenaamde conciliën het geval geweest. Tegen het einde der Middeleeuwen is wel de theorie opgekomen, d-at een concilie dan alleen oecumenisch en onfeilbaar was, wanneer het bestond uit afgevaardigden van alle kerken. Maar deze theorie was van revolutionairen oorsprong, leidde in de practijk tot allerlei moeilijkheden en werd door Rome ook nooit geaccepteerd. Voor Rome is een concilie alleen oecumenisch, wanneer zijne besluiten door den paus zijn goedgekeurd en daardoor een onfeilbaar, de gansche Christenheid bindend karakter verkrijgen 1).

In de Protestantsche kerken is het synodale kerkregiment het eerst op Franschen bodem tot ontwikkeling gekomen. In de Luthersche kerk kwamen wel synoden voor, maar deze bestonden alleen in samenkomsten van pastores. Zwingli stelde in 1528 te Zurich synoden in, die door den raad werden saamgeroepen, uit de predikanten van stad en land en enkele leden van den raad bestonden en vooral klachten tegen leer en leven van de predikanten moesten overwegen2). Calvijn bepaalde evenzoo in de Ordonnances ecclesiastiques, dat de .predikanten alle drie maanden moesten samenkomen, om op elkanders leer en leven toe te zien en voerde bovendien 1546 eene jaarlijksche visitatie in3). Franz Lambert ontwierp 1526 voor Hessen een kerkenorde, waarin zoowel gemeentevergaderingen als synoden, bestaande uit de predikanten en door de gemeenten benoemde afgevaardigden, waren opgenomen,, maar deze kerkenorde trad niet in werking 4). Eene synodale kerkregeering kwam er eerst in Frankrijk, waar de kerken zich sterk uitbreidden en door behoefte aan eenheid den 26™ Mei 1559 voor het eerst in synode te Parijs samenkwamen en zich in eene gemeenschappelijke belijdenis en kerkenorde vereenigden5). Opmerkelijk is daarbij, dat de generale synode het eerst is ontstaan, dat deze de provinciale synoden invoerde en dat later, in 1572, tusschen deze en de kerkeraden nog de classis ingeschoven werd 6). Zulk eene synodale kerkregeering werd dan later ook in andere Geref.

*) Bellarminus, de conciliis et ecclesia lib. I II. Heinrich, Dogm. II 476 v. Scheeben, Dogm. I 230 v. Vering, Kirchenrecht 613 v. enz.

2) Mörikofer, Ulr. Zwingli, Leipzig 1869 II 118 v.

3) Kampschulte, Joh. Calvin I 408.

4) Lechler, Gesch. d. Presb. u Syn. verfassung bl. 14 v.

5) Lechler, t. a. p. bl. 69.

6) Lechler, t. a. p. bl. 81, verg. voor Schotland bl. 97. Zie ook E. von Hqffmann,.

Sluiten