Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kerken ingevoerd, in Polen, Boheme, Hongarije, Duitschland, Nederland, Schotland, Engeland, Amerika enz. Maar er kwam spoedig van twee kanten oppositie tegen. De Remonstranten, zich aansluitende bij Zwingli en Erastus, kenden de kerkelijke macht aan de overheid toe en leidden daaruit af, dat synoden wel geoorloofd, maar niet geboden en voor het zijn of welzijn der kerk niet noodig waren, en dat, wanneer zij gehouden werden, het recht tot samenroeping, tot afvaardiging, tot het vaststellen der agenda, tot presideering aan de overheid toekwam 1). En de Independenten gingen onder invloed der anabaptistische dwaling nog verder, hielden elke groep van geloovigen voor independent, en verwierpen alle bindend •classicaal of synodaal verband2). De gronden, die tegen de synodale kerkregeering kunnen worden ingebracht, zijn ook inderdaad niet van gewicht ontbloot. Immers zijn de plaatselijke kerken in het N. T. alle volkomen zelfstandig ten opzichte van elkander; van een wettelijk, bindend classicaal of synodaal verband is er met geen woord sprake. Zoodanig verband schijnt ook met de zelfstandigheid der plaatselijke kerken geheel in strijd te zijn, omdat het vergaderingen invoert, die boven de plaatselijke kerken staan en met gezag tegenover deze optreden, en alzoo in de kerk van Christus wederom «ene ongeoorloofde hierarchie en tirannie invoert. En daarbij komt •dan nog, dat de geschiedenis der synoden van hare nuttigheid niet altijd een gunstig getuigenis aflegt, en ze dikwerf doet voorkomen als oorzaak van allerlei twist en verdeeldheid, zoodat Gregorius Naz. reeds zeggen kon, /.irjós/.itag avvoóov rekog eióov /Qtjarov; en het spreekwoord niet ten onrechte luidt: omne concilium parit bellum.

Maar daartegenover stellen toch andere overwegingen de noodzakelijkheid en nuttigheid der synoden duidelijk in het licht. 1° In het N. T. is er nog geen classicaal of synodaal verband der kerken, maar er was daar toen ook nog geen behoefte aan, wijl •de apostelen zeiven leefden, de gemeenten met raad bijstonden en ze ook door evangelisten als hunne plaatsvervangers verzorgden. '2° De gemeenten waren ook toen reeds op allerlei wijze door geestelijke banden aan elkander verbonden, en kregen het recht, niet

Das Kirchenverfassungsrecht der Niederl. Reformirten bis sum Beginne der Dor■drechter Nationalsynode von 1618/19. Leipzig Hirschfeld. 1902.

x) Uytenbogaert, Tractaat van 't arnpt ende autoriteit enz. 1610 bl. 107 v. Limborch, Theol. Christ. VII 19.

2) Robinson bij Kist en Royaards, Ned. Archief voor Kerk. Gesch. VIII 1848. hl. 371 v. Neal, Historie der rechtz. Puriteinen II 1 bl. 96.

Sluiten