Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het wel geene aanbeveling, om dit alles onder de media gratiae op te nemen. Want Christus is niet middel maar middelaar, verwerver •en toepasser der zaligheid. De kerk is geen genademiddel naast woord en sacrament, want al de macht, die haar toebetrouwd is, bestaat in niets anders dan in de bediening van beide; kerk en ambt geven geene genade op zichzelf, maar alleen door woord en sacrament. En geloof, bekeering, gebed zijn veeleer vrachten dan middelen der genade; zij zijn geene objectieve instellingen, maar subjectieve voorwaarden, om de overige weldaden des verbonds te bezitten en te genieten. In strikten zin zijn alleen woord en sacrament als genademiddelen te beschouwen, d. w z. als uitwendige, zinnelijke handelingen en teekenen, welke Christus aan zijn kerk geschonken en waaraan Hij •de mededeeling zijner genade verbonden heeft. Maar toch mogen deze geen oogenblik losgemaakt worden van den persoon en het werk van Christus, noch ook van de kerk als organisme en als instituut.' Christus brengt de zijnen op velerlei wijze toe, en Hij kan dit doen, wijl Hij alleen, gelijk de verwerver, zoo de uitdeeler der genade is en blijft. Hij doet het daarom zonder of door het woord en sacrament; maar Hij doet het toch altijd door de inwendige roeping van dien Geest, dien Hij aan de gemeente schonk; in de gemeenschap dier kerk, welke Hij opdroeg het Evangelie te prediken aan alle creaturen; in den weg van dat verbond, dat het Evangelie tot inhoud en het sacrament tot teeken en zegel ontving 1).

520. Het eerste en voornaamste middel der genade is het woord Gods. Lutherschen en Gereformeerden stemmen hierin met elkander overeen. Toch brengen de laatsten het woord Gods niet onder de media gratiae ter sprake, wijl zij gewoonlijk daarover in de dogmatiek reeds vroeger hebben gehandeld, in een afzonderlijk hoofdstuk 3), of ook over de wet bij het werk-, en over het Evangelie bij het genadeverbond 3). Deze eigenaardige methode van behandeling geeft geen recht tot de bewering, dat de Gereformeerden het woord Gods niet als middel der genade hebben erkend, want

•ducentia, scilicet mors, resurrectio mortuorum, extremuni judicium et consummatio saeculi.

x) Verg. ook nog Pliilippi, Kirchl. Gl. V 2 bl. 1 v. Frank, Chr. Wahrheit II 298 v. Kuyper, E voto Dordr. II 400 v.

2) Calvijn, Inst. II 7—9. Musculus, Loei Comm. § 11. 20. Jvnius, Theses Theol§ 23. 24. Synopsis pur. theol. disp. 18. 22. 23.

8) Marck, Med. Theol. c. 11, 17 en vele anderen.

Sluiten