Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nisme, Socinianisme, Rationalisme enz., verzwakt en uitgewischt. Wet en Evangelie werden reeds door de kerkvaders en later door scholastieke en Roomsche theologen vereenzelvigd met Oud en Nieuw Testament en dan niet antithetisch tegenover elkaar gesteld, maar als een lagere en hoogere openbaring van Gods wil beschouwd. Wet en Evangelie verschillen niet daarin, dat de eerste alleen eischt en het tweede alleen belooft, want beide bevatten geboden, bedreigingen en beloften; mysteria, promissiones, praecepta; res credendae, sperandae en faciendaer; niet alleen Mozes, ook Christus was legislator. Maar in dit alles gaat het Evangelie des N. T. of de lex nova, de wet des O. T. of de lex vetus, zeer verre te boven; de mysteriën (triniteit, vleeschwording, voldoening enz.) zijn in het N. T. veel duidelijker geopenbaard, de beloften zijn veel rijker van inhoud en omvatten vooral geestelijke en eeuwige goederen, de wetten zijn veel heerlijker en lichter, wijl ceremoniëele en burgerlijke wetten afgeschaft en door enkele ceremoniën vervangen zijn. Voorts is de wet door Mozes gegeven, de genade en waarheid is door Jezus Christus geworden. De wet was tijdelijk en voor één volk bestemd ; het Evangelie is eeuwig en moet tot alle volken gebracht worden. De wet was onvolmaakt, een schaduw en voorbeeld, het Evangelie is volmaakt en het lichaam der goederen zelve, De wet kweekte vrees en dienstbaarheid, het Evangelie wekt liefde en vi-ijheid. De wet kon niet rechtvaardigen in vollen zin, zij gaf geen rijkdom van genade, zij schonk geen eeuwige zaligheid, maar het Evangelie schenkt in het sacrament de kracht der genade, die in staat stelt om Gods geboden te volbrengen en het eeuwige leven te verwerven. In één woord, de wet is het onvolkomen Evangelie, het Evangelie de volkomene wet; het Evangelie zat in de wet in als arbor in semine, als granum in spica 1). In zoover nu de Oud- en de Nieuwtestamentische bedeeling van het genadeverbond naar haar in het oog springenden vorm op voorgang van de H. Schrift met den naam van wet en Evangelie kunnen worden aangeduid, is de onderscheiding, door Rome tusschen beide gemaakt, wel niet in alle deelen, maar toch in hoofdzaak goed te keuren. Doch Rome vereenzelvigde Oud en Nieuw Verbond met wet en Evangelie

x) Verg. deel III 213 v. en voorts Suicerus s. v. ro/iog en fi'ayyeXtor, Augusiinus, de civ. VIII 11. In ev. Joh. tract. 30. de spir. et litt. 19. 20. Lombardus, Sent. III dist. 25, 40. Thomas, S. Theol. III qu. 106—108. Conc. Trid. VI can. 19—21. Bellarminus, de Justif. IV c. 2 v. enz.

Sluiten