Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20, 7:5, 8, 9, 13, 2 Cor. 3: 6v., G-al. 3 :10, 13, 19. En daartegenover staat het Evangelie van Christus, het svayyshov, dat niets minder bevat dan de vervulling der Oudtest. ènayyehcc, Mk. 1: 15, Hd. 13: 32, Ef. 3: 6, dat van Gods wege tot ons komt, Rom. 1:1, 2, 2 Cor. 11:7, Christus tot inhoud heeft, Rom. 1:3, Ef. 3: 6, en niets anders brengt dan genade, Hd. 20:24, verzoening, 2 Cor. 5 :18, vergeving, Rom. 4 : 3—8, gerechtigheid, Rom. 3 : 21, 22, vrede, Ef. 6:15, vrijheid, G-al. 5:13, leven, Rom. 1:17, Phil. 2r 16 enz. Als eisch en gave, als bevel en belofte, als zonde en genade, als krankheid en genezing, als dood en leven staan wet en Evangelie hier tegenover elkander 1). Hoewel zij daarin overeenkomen, dat zij beide God tot auteur hebben, beide van eene en dezelfde volkomene gerechtigheid spreken, beide zich richten tot den mensch, om hem te brengen tot het eeuwige leven, zoo verschillen zij toch daarin, dat de wet uit Gods heiligheid, het Evangelie uit Gods genade voortkomt; dat de wet van nature, het Evangelie alleen door bijzondere openbaring bekend is; dat de wet volkomene gerechtigheid eischt maar het Evangelie haar schenkt; dat de wet door de werken heen tot het eeuwig leven leidt en het Evangelie de werken doet voortkomen uit het in het geloof geschonkene eeuwige leven; dat de wet thans den mensch verdoemt en het Evangelie hem vrijspreekt; dat de wet zich richt tot alle menschen en het Evangelie alleen tot degenen, die eronder leven enz. Naar aanleiding van dit onderscheid, kwam er zelfs verschil over, of de prediking van geloof en bekeering, die toch een voorwaarde en eisch scheen, wel tot het Evangelie behoorde en niet veeleer met Elacius, Gerhard, Quenstedt, Voetius, Witsius, Coccejus, De Moor e. a. tot de wet moest worden gerekend. En inderdaad in den striktsten zin zijn er in het Evangelie geene eischen en voorwaarden, maar alleen beloften en gaven; geloof en bekeering zijn evengoed als rechtvaardigmaking enz. weldaden des genadeverbonds. Doch zoo komt het Evangelie, concreet, nooit voor; het is in de practijk altijd met de wet verbonden en is dan ook door heel de Schrift heen altijd met de wet saamgeweven. Het Evangelie onderstelt altijd de wet, en heeft haar ook bij de bediening noodig. Het wordt

l) Ook van Protest, zijde wordt het onderscheid tusschen wet en Evangelie

dikwerf verzwakt of uitgewischt, bijv. door Stange, Die Heilsbedeutung des Ge-

setzea. Leipzig 1904. Bruining, reeds aangehaald deel III 631. En vroeger reeds,

door Zwingli, Loofs, Dogmengesch4. 799.

Sluiten