Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan God of Christus of de H. Geest zelf, die één is in alle menschen, sedert het oogenblik der wedergeboorte of ook wel van nature als inwendig licht in hen woont en de gansche volle waarheid is. Om God te vinden en de waarheid te kennen, hebben wij dus niet buiten ons zeiven te gaan, naar de Schrift of den historischen Christus; maar indalende in ons zeiven, ons terugtrekkende van de wereld, verstand en wil doodende en lijdelijk wachtende op de inwendige, onmiddellijke openbaring vinden wij God, leven wij in zijne gemeenschap en zijn wij in zijne aanschouwing zalig *). Feitelijk was dit Anabaptisme eene herleving van de pantheïstische mystiek, die in het eindige een eeuwig wisselenden verschijningsvorm van het oneindige ziet en daarom gemeenschap met God zoekt in de diepte van het gevoel, waar God en mensch één zijn.

Tegenover deze beide richtingen van nomisme en antinomisme hielden de Hervormers gemeenschappelijk staande, dat het woord alleen ongenoegzaam is om te brengen tot geloof en bekeering, dat de H. Geest wel kan werken, maar gemeenlijk toch niet werkt zonder het woord, en dat daarom woord en Geest in de toepassing van het heil van Christus aan den mensch met elkander gepaard gaan. Tusschen Lutherschen en Gereformeerden bestond hierover eerst weinig verschil. Ook de eerstgenoemden leerden, dat de H. Geest, schoon werkende door woord en sacramenten als zijne instrumenten, toch alleen door eene bijzondere kracht het geloof werkt en werken • kan, en dat Hij dat doet ubi et quando visum est2). Maar toch was er van huis uit al eenig onderscheid. Terwijl de Gereformeerden het gewoonlijk zoo voorstellen, dat de H. Geest zich paart met het woord, cum verbo, drukken de Lutherschen zich liefst zoo uit en leggen er steeds sterker den nadruk op, dat de H. Geest werkt door het woord als zijn instrument, per verbum. En terwijl de Gereformeerden altijd onderscheid maakten tusschen de gewone en buitengewone wijze, waarop God de genade werkte in het hart, lieten de Lutheranen, uit vrees voor de Anabaptisten, de buitengewone wijze hoe langer hoe meer weg en zeiden, Deum nemini spiritum vel gratiam suam largiri nisi per verbum et cum

Verg. Cloppenburg, Op. II 200. Hoornbeek, Summa Controv. V. Episcopius, Op. I 527. Quenstedt, Theol. I 169. A. Hegier, Geist und Wort bei Seb. Franek.

Freiburg 1892. Maronier, Grutzmaclier t. a. p.

2) Müller, Die symb. Blicher bl. 39, 455, 456, 471, 524, 601, 712, <20, Luther bij Köstlin II 494, bij Otto, Geist und Wort nach Luther. Göttingen 1898, bij Gr&tzmacher t. a. p. Andere Luth. theologen bij J. Müller, Dogm. Abh. bl. 155 v.

Sluiten