Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedeelten onderscheiden; bij het eerste, de bediening des woords,. mochten ook Heidenen of althans catechumenen en poenitenten tegenwoordig zijn, maar het tweede, de viering van het avondmaal, stond alleen voor de gedoopten open, en kreeg door de bijvoeging van doopsbelijdenis, doopsbediening, oratio dominica en allerlei ritueele en symbolische handelingen hoe langer hoe meer een mysterieus karakter.

Het wijd verbreide G-rieksche mysteriewezen kreeg invloed op den Christelijken godsdienst. In het N. T. is fivazr^ior de naam voor wonderen en daden Gods, die vroeger verborgen waren, maar die nu openbaar zijn geworden J). Doch dit woord kreeg in de Christelijke kerk spoedig een gansch andere beteekenis en werd deaanduiding van alwat in den Christelijken godsdienst geheimzinnig en onbegrijpelijk was. In het Latijn werd dit woord door sacramentum overgezet, dat de beteekenis had van eed, vooral door den soldaat aan het vaandel af te leggen, of van eene geldsom, die bij een proces in een locus sacer moest neergelegd worden en bij verlies van het proces aan de goden verviel, maar dat nu de gedachte van eene geheimzinnige, heilige handeling of zaak in zich opnam. In dezen zin kon alwat met God en zijne openbaring in eenig verband stond, een sacrament worden genoemd, de openbaring zelve en haar inhoud, de leer, de triniteit, de vleeschwording enz., voorts allerlei teekenen, zooals het teeken van het kruis, het zout, dat aan de catechumenen gegeven werd, eindelijk alle heilige handelingen, priesterwijding, huwelijk, exorcisme, sabbatsviering, besnijdenis en alle ceremoniën 2). Al treden nu onder deze met den naam van sacrament aangeduide heilige handelingen doop en avondmaal nog altijd duidelijk op den voorgrond, toch was de vaagheid van den naam oorzaak, dat het getal der sacramenten langen tijd onbepaald bleef. Ook Augustinus bezigt het begrip nog in ruimeren zin en

!) Verg. deel I 667—670.

2) Zie de werken van Hatch en anderen, boven genoemd. De religionsgeschichtliche poging, om de Christelijke sacramentsleer geheel of grootendeels uit deheidensche mysteriën af te leiden, kan echter niet geslaagd heeten. Kattenbusch, PRE3 XVIII 351 zegt ervan, dat, al is eenige invloed niet te miskennen, die Forschung zeigt, dass doch merkwürdig wenig in der alteren Zeit mit Wahrscheinlichkeit bei den Christen auf solche Beeinflussung zuriickgefiihrt werden kann. Zie ook von der Goltz, Die Bedeutung der neueren religionsgesch. Forschungen fiir die Beurteilung der christl. Sakramente, Die Studierstube 1907" bl. 609—622.

Sluiten