Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een ruime definitie van het begrip sacrament, dat er allerlei kerkelijk© handelingen onder vallen konden, en bond hij tegen de Donatisten de sacramenten zoo aan de kerk, dat zij door de ketters wel konden meegenomen worden, maar toch alleen binnen de kerk de genade konden meedeelen 1).

De eigenlijke leer der sacramenten is een product der middeleeuwsche scholastiek; zij eerst stelde een nauwkeurig en dikwerf splinterig onderzoek in omtrent het begrip, de instelling, den bedienaar, de noodzakelijkheid, de doelmatigheid, het getal, de bestanddeelen, de verhouding van het sacramentum en de res sacramenti, het onderscheid tusschen de sacramenten in het paradijs, het oudeen het nieuwe testament, het onderling verschil der zeven sacramenten, de physische of moreele werking, de onderscheidene genade,, die zij mededeelen, de vereischten voor de uitdeeling en de ontvangst der sacramenten 2). Resultaat van deze scholastieke ontwikkeling was, dat ten deele reeds op vroegere conciliën, maar vooral te Trente over de leer der sacramenten in het algemeen het volgende vastgesteld werd: 1° alle sacramenten des N. Verbonds zijn door Christus ingesteld en zeven in getal: doop, confirmatie, eucharistie, boete, laatste oliesel, priesterwijding en huwelijk. 2° Deze zijn alle ware en eigenlijke sacramenten, van die des O. Verbonds wezenlijk onderscheiden, maar toch onderling in waarde verschillend. 3° Zij zijn, ofschoon niet alle voor ieder mensch, tot zaligheid noodzakelijk, zoodat zonder hen of althans zonder verlangen ernaar, door 't geloof alleen, de genade der rechtvaardigmaking niet te verkrijgen is. 4° Zij beteekenen niet alleen de genade, maar bevatten haar ook en deelen haar ex opere operato mede. 5° Van de zijde des bedienaars wordt voor de waarachtigheid van het sacrament minstens vereischt, dat hij de intentie hebbe om te doen, wat de kerk doet, maar is het overigens onverschillig, of hij in doodzonde verkeert. 6° "Wettige uitdeelers der sacramenten zijn alleen de geordende priesters, maar confirmatie en priesterwijding geschieden alleen door den bisschop, en de doop mag in geval van nood ook door leeken bediend. 7° Van de zijde des ontvangers is alleen noodig, dat hij de intentie hebbe, om te ontvangen wat do kerk geeft en

r: Hamack, D. G, III 141. Loofs, Dogmengesch.'1 373 v. J. Hymmen, Die Sakramentslehre Augustins in Zusammenhang dargestellt und beurteilt. Bonn 1905.

2) Verg. de boven deze § aangeh. werken en voorts Schwane, D. G. III 579— 605. Hamack, D. G. III 466 v. Loofs, Dogmengesch.4 567 v.

Sluiten