Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bonden, om bij voltrekking van de sacramenteele handeling de genade te laten volgen, zonder dat Hij ze daarom door het teeken als door een kanaal henenleidt; hij stelde het sacrament als eene schuldbekentenis voor, waarop de gebruiker van God genade ontvangt. Rome leert dus wel, dat het sacrament werkt ex opere operato, maar laat in het midden, op welke wijze God, de causa principaliter efficiens, door het sacrament als de causa instrumentalis de genade mededeelt *). Al verwerpen de Gereformeerden dan ook de leer, dat de genade door het teeken als een kanaal ons toegevoerd wordt, zij hebben daarmede in geen enkel opzicht te kort gedaan aan de waarachtigheid van het sacrament. Ja, zij hebben daardoor de geestelijke natuur van de genade veel beter dan Rome en Luther gehandhaafd. Voor het overige blijft de wijze, waarop God bij het uitdeelen zijner genade van woord en sacrament zich bedient, eene verborgenheid. De Schrift zegt ook van het woord Gods, dat het schept en herschept, wederbaart en vernieuwt, rechtvaardigt en heiligt. Maar wie beschrijft, op welke wijze God zich daarbij van het woord en evenzoo van het sacrament bedient?

528. Alnaarmate het verband van teeken en beteekende zaak anders opgevat wordt, verschilt ook de kracht en de werking, welke aan het sacrament wordt toegeschreven. Wijl bij Rome het zichtbaar teeken de onzichtbare genade in zich opgenomen heeft, werkt het sacrament ex opere operato, zonder dat er iets anders 'of iets

) \ erg. Schwane, D. G. III 595 v. IV 363 v. Jansen, Prael. theol. III 317. Remhold, Die Streitfrage über die physisclie oder moralische Wirksamkeit der Sakramenten nach ïher hist. Entw. kritisch dargestellt. Stuttgart Roth 1899. Vele theologen m de Middeleeuwen, zooals Dmandus, Occam, d'Ailly, Biel, bestreden met Scotus de leer van Thomas, dat de sacramenten op eene physische wijze in de ziel van den ontvanger de genade veroorzaakten, zooals bijv. de bijl in de hand van den houthakker het hout klieft, de beitel in de hand van den beeldhouwer het beeld doet ontstaan enz. Deze beelden gingen naar hun meening niet op, omdat de werking van het sacrament niet physisch doch metaphysisch is en genade in de ziel van den ontvanger doet ontstaan. Zij beschouwden de sacramenten dus niet als de oorzaken en instrumenten van de genade maar als voorwaarden, waaronder, of gelegenheden, waarbij God zijne genade mededeelde Bonaventura, Sent IV dist. 1 qu. 4, noemde deze meening satis probabilis, en zeide ook, dat de sacramenten de genade niet bevatten maar dat de genade bij het ontvangen der teekenen door God in de ziel wordt uitgestort. (Verg. boven

Gomarus). Maar na Trente is er voor dit gevoelen in het Roomsche stelsel geene plaats meer.

Geref. Dogmatiek IV. Q .

Sluiten