Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook bij Rome een rechtbank geworden, waarin de priester de in de biecht beleden zonden, naar den maatstaf der libri poenitentiales beoordeelt en, ofschoon van de schuld en de eeuwige straf vrijsprekend, toch met allerlei tijdelijke straffen op aarde of in het vagevuur boeten doet, die echter dan weer door aflaten kunnen worden kwijtgescholden 1). Het sacrament van het heilig oliesel dient niet tot genezing van den kranke, gelijk de aangevoerde bewijsplaats Jak. 4 : 14 zou doen verwachten, maar tot voorbereiding van den stervende voor den dood; de zalving met heilige olijfolie duidt de zalving des H. Geestes, de mededeeling der genade aan, die de ziel van hare gebreken bevrijdt en tot den laatsten strijd de noodige kracht verleent. Bij deze vijf sacramenten komen dan nog bet sacrament der ordening, dat den priester door eene ambtelijke gave des H. Geestes van den leek onderscheidt en hem de macht schenkt, om in de mis brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus te veranderen en den berouwhebbenden zondaar in Christus' naam de zonden te vergeven; en het sacrament des huwelijks,, dat den echtelijken staat naar het woord van Ef. 5 : 25 tot een afbeeldsel van de vereeniging tusschen Christus en zijne gemeente maakt, daartoe de gehuwden niet alleeD door de natuurlijke banden, maar door bovennatuurlijke genade aan elkander verbindt en hun de kracht schenkt, om in wederzijdsche liefde te volharden tot den dood en hunne kinderen in de vreeze Gods op te voeden 2).

Van Protestantsche zijde is dit zevental sacramenten soms bovenmate verheerlijkt 3). Zelfs kwam er telkens hier en daar een streven op, om het aantal sacramenten en ceremoniën uit te breiden en de Protestantsche kerken met den symbolischen ritus van Rome te verrijken. Toch bestaat er geen reden, om op begrip en getal van Rome's sacramenten jaloersch te zijn. Bij alle waardeering

sliste niet, sprak er wel van, dat contritio, confessio en satisfactio van den boeteling quasi materia hujus sacramenti zijn, en dat zij behooren ad integritatem sacramenti, maar zegt, dat ze de materia ex qua vormen en tot de essentia van het sacrament behooren, Conc. Trid. XIV cap. 3 en can. 4. Verg. echter de nadere verklaring van de uitdrukking quasi materia in Cat. Rom. II 5 qu. 12, en voorts C. Pesch, Prael. VII 49 v. Pohle, Dogm. III 422 enz.

x) Verg. boven bl. 139 v.

2) Zie Conc. Trid. Sess. 7, 13, 14, 21—24. Catech. Rom. Pars II en de vroeger aangehaalde :heologen.

3) Bijv. door Leïbniz, Syst. der Theol. Mainz 1825 bl. 195 v. Goethe, Aus meinem Leben II 179. Vilmar, Dogm. II 227. Bilderdijk, Opstellen I 61. Brieven IV 68. 174 V 42 enz.

Sluiten