Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volstrekt ter zaligheid noodzakelijk was. Maar zij bewoog zich toch hoe langer hoe meer in deze richting, dat zij het sacrament ex opere operato liet werken, en de subjectieve vereischten steeds meer aan beteekenis verliezen deed 1). Zoo werd de leer des doops bij Rome voorbereid, die in het kort hierop neerkomt: de doop is het eerste sacrament, de deur tot het geestelijk leven, de ingang tot de kerk; hij geeft de eerste bovennatuurlijke genade, die door de andere sacramenten ondersteld en vermeerderd wordt en is daarom ter zaligheid volstrekt noodzakelijk, behalve in enkele gevallen t waarin hij door een baptismus sanguinis of flaminis (voti) vervangen kan worden. Hij moet daarom ook zoo spoedig mogelijk en in geval van nood door leeken of niet-Christenen bediend worden. Door dien doop toch worden meegedeeld: 1° het character indelebilis, dat iemand onder de jurisdictie der kerk brengt, 2° de vergiffenis van alle zonden, zoo erf-, als dadelijke zonden, die vóór den doop zijn bedreven en kwijtschelding van alle eeuwige en ook van alle tijdelijke straffen, voorzoover zij opera satisfactionis, maar niet, voorzoover zij natuurlijke straffen der zonden zijn, 3° de geestelijke vernieuwing en heiliging van den mensch, door de instorting der heiligmakende genade en de bovennatuurlijke deugden van geloof, hoop en liefde, zoodat de smet der erfzonde ganschelijk wordt te niet gedaan en slechts de van nature aan den mensch als physisch wezen eigene concupiscentia overblijft, die echter zelve geen zonde is, doch wel aanleiding tot zondigen worden kan, 4°. de inlijving in de gemeenschap der heiligen en in de zichtbare kerk der geloovigen. Deze werkingen oefent de doop daardoor uit, dat onder het uitspreken der bekende formule het woord Gods of de kracht de3 H. Geestes zich op geheimvolle wijze met het water verbindt en dit tot een aqua viva et efficax, tot een uterus maternus van den nieuwen mensch maakt. Feitelijk worden dan ook door-het sacrament des doops wedergeboren niet alleen alle kinderen, maar ook alle volwassenen, die aan de zeven praeparationes hebben voldaan en geen obex in den weg stellen 2).

533. De strijd, die door de Reformatie tegen de sacramentsleer

!) Lombardus, Sent. IV dist. 3—6. Thomas, S Theol. III qu. 66—71. Bonaventura, Brevil. VI 7. Verg. Schwane, D. G. III 605 — 622. Harnack, D. G. III 478 v: 2) Conc. Flor. bij Denzinger, n. 591. Trid. VI 4. VII de bapt. XIV de poenit. 2. Cat. Rom. II 2. Bellarminus, de sacr. bapt. c. 1—27. Osivald, Die dogm. Lehre-

Sluiten