Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•de aanneming van het woord des Evangelies vooraf. De Schrift laat er niet den minsten twijfel over bestaan, dat de doop uitsluitend voor geloovigen ingesteld is. Er worden geene andere personen gedoopt, dan die belijdenis doen van hunne zonden en bewijs geven van bekeering en geloof, Mt. 8:2, 6, Hd. 2 :37, 38, 8:12, 37, 18:8; de doop heet daarom een doop der bekeering, opdat men in dien weg de vergeving der zonden erlange, Mk. 1:4. Hd. 13 : 24. In Mt. 28 :19 duiden de beide participia ^ami^ovTsg en óióccaxovveg wel den weg aan, waarin het i.ia^i.tsveiv nawee xa ■id-viq volbracht moet worden, maar het doopen in den naam des Vaders, des Zoons en des H. G-eestes onderstelt juist de voorafgaande prediking van en het geloof in dien naam, gelijk dit in Mk. 16 : 15, 16 ook duidelijk uitgesproken wordt en in Joh. 4: 1 het discipelen maken aan het doopen voorafgaat; het zijn kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus, die door den doop Christus hebben aangedaan, Gal. 3 : 26, 27.

Zoolang er van den doop der volwassenen sprake is, bestaat er hierover tusschen de Christelijke kerken geen verschil; geen enkele kerk doopt een volwassene zonder voorafgaand onderricht in de waarheid, zonder te voren afgelegde belijdenis des geloofs. Zelfs Rome «rkent, dat in den volwassene de zeven praeparationes aan den doop moeten voorafgaan, en maakt niet de objectieve geldigheid maar toch de subjectieve werking van eene intentio virtualis als conditio sine ■qua non in den ontvanger afhankelijk x). Rome heeft echter hoe langer hoe meer deze subjectieve voorwaarden in den ontvanger verzwakt, en het zwaartepunt uit het woord en het geloof in het sacrament verlegd; dit sacrament toch werkt ex opere operato, zonder in den •ontvanger iets anders te eischen dan een negatief obicem non ponere; «venals de zonden, worden de weldaden der genade door Rome eindeloos gesplitst, in stukjes en beetjes hier en hiernamaals uitgedeeld ; het is altijd hetzelfde denkbeeld van hierarchie, dat hier in de leer der genade, evenals overal elders, zijn invloed gevoelen doet. Daarom leert Rome dan ook, dat prediking en geloof slechts praeparatoire beteekenis hebben; de eigenlijke, heiligmakende, bovennatuurlijke genade wordt alleen medegedeeld door het sacrament van den doop, dat daarom, behalve in enkele gevallen, waarin het door den baptismus sanguinis of flaminis vervangen wordt, voor alle menschen, volwassenen en kinderen, ter zaligheid volstrekt

') Conc. Trid. VI c. 5. 7. Catech. Rom. II 3 qu. 30. 44.

Geref. Dogmatiek IV.

36

Sluiten