Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Grieksche kerk bedient zich van de woorden: ftcmTi£iTai u óovkog tov ibsov ó fin vet g ig xo óvofict tov nccTQog — aiirjv, xcei tov v'iov — af.irjv, xui rov ayiov nvsviiarog — afirjv, vvv xai dg rovg aiMvag tmv aicavccv. Hoewel de Latijnsche kerk den alzoo bedienden doop erkent, bezigt zij zelve toch de formule: ego te baptizo in nomine Patris et Filii et Spriritus Sancti '), en de Protestantsche kerken namen gewoonlijk deze over. De Syrische en Armenische kerken hebben weer eene formule, die zoowel van de Grieksche als van de Latijnsche afwijkt2). Alles bewijst, dat de geldigheid van den doop op zichzelf niet afhangt van de letterlijke woorden, die daarbij door den bedienaar gesproken zijn. De trinitarische formule is alleen noodig geworden, om ketterij te weren, om waarborg te geven, dat de doop, die bediend werd, de ware, Christelijke doop is, en om gewenschte vastheid te brengen in het liturgisch gebruik.

Daarbij is het nog van belang op te merken, dat de trinitarische doopsformule geen magische kracht bezit, om het water in het bloed van Christus te veranderen. De Gereformeerden ontkennen dit niet alleen, maar ook de Grieksche, Roomsche en Luthersche kerk spreken bij den doop anders dan bij het avondmaal. Bij dit laatste sacrament valt op de recitatio van de woorden der instelling, op hun consecr&torische kracht, en op de daardoor teweeggebrachte trans- of consubstantiatie de nadruk. Maar al spreekt men bij den doop ook van eene divina virtus, die aan het water medegedeeld is, van aqua vivida, sancta, divina, van eene regeneratio per aquam in verbo, zoo zegt toch zelfs de Catech. Rom., dat de instellingswoorden klaar en duidelijk, tot onderwijs voor het volk, moeten uitgesproken worden 3), en ontkent, dat er bij den doop eene transsubstantiatie, eene verandering van het water in het bloed van Christus plaats heeft4). De unio sacramentalis is hier dus eene andere dan bij het avondmaal. Zeker blijft er ook dan nog verschil. Roomschen en Lutherschen denken zich de werking des H. Geestes bij den doop als heengaande per aquam. De Gereformeerden verwerpen deze locale, physische vereeniging en nemen in plaats daarvan een verband aan, gelijk aan dat bij het woord. Evenals de H. Geest wel werkt cum verbo, maar zijne kracht en

*) Catech. Kom. II qu. 10. 11.

2) Höfling, Das Sakr. der Taufe I 44.

3) Catech. Rom. II 2, 10.

*) t. a. p. II 4. 9.

Sluiten