Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevangen neemt. De erfsmet wordt dus wel ten deele en in beginsel, maar niet ganschelijk door den doop als sacrament te niet gedaan; ofschoon zij den geloovige niet meer verdoemt, blijft zij toch nog in hem tot aan den dood toe eene onzalige fontein van allerlei zonde. 3° De gemeenschap, niet alleen met Christus zeiven, maar ook met de gemeente, die zijn lichaam is. De gedoopte wordt behouden van het verkeerd geslacht, afgezonderd van de wereld, Hd.. 2 : 40, 41, tot een discipel van Jezus gemaakt, Mt. 28 :19, Joh. 4 : 1, in zijne gemeente ingelijfd, 1 Oor. 12:13, en dus ook tot een wandel in oprechtheid, Gen. 17 :1, en in nieuwigheid des levens, Rom. 6, tot belijdenis van Gods naam en tot onderhouding van Jezus' geboden verplicht, Mt. 28:19. Al deze weldaden zijn den gedoopte reeds geschonken vóór den doop in het woord des Evangelies; ze zijn zijnerzijds aangenomen door het geloof; maar nu worden zij hem in den doop nog beteekend en verzegeld. Het mag dus niet zoo worden voorgesteld, alsof in het geloof vóór den doop slechts enkele of in elk geval niet alle weldaden werden geschonken, en dat de ontbrekende dan nog in den doop worden verleend. Want het woord bevat alle beloften en het geloof neemt ze alle aan. Er is geen enkele genade, die niet door het woord en alleen door het sacrament wordt uitgedeeld. Ook de inlijving in het lichaam van Christus geschiedt door het geloof en ontvangt in den doop haar teeken en zegel. De doopsgenade bestaat en kan naar Schrift en Geref. belijdenis nergens anders in bestaan dan in declaratio en confirmatio ').

536. Tot zoover is er tusschen de Christelijke kerken in hoofdzaak overeenstemming in de leer des doops. Maar allerlei verschil openbaart zich, zoodra de kinderdoop ter sprake komt. Van het begin zijner invoering af tot op den huidigen dag toe wordt deze door een aanzienlijk deel der Christenheid verworpen, vooral op deze twee gronden, dat hij in de Schrift niet voorkomt en naar zijne oorspronkelijke instelling altijd geloof en bekeering onderstelt, welke in kinderen niet vallen of in elk geval niet geopenbaard en onderkend kunnen worden2)..

Heid. Catech. 66, 69, verg. voorts Calvijn, Inst. IV 15. Martyr, Loei Comm.. bl. 435. Polanus, Synt. bl. 495. Bullinger, Huysboek 1612 fol. 254. Ursinus, Explic. Cat. qu. 69 v. enz.

s) 1T illiam Wall, The history of Infant Baptism., 4 vol. new ed. Oxford 1836. A. H. J\etcman, A history of Antipaedobaptisrn from the rise of Paedobaptism.

Sluiten