Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den dood hunner ouders of als vondelingen in Christelijke familiën ■waren opgenomen, die uit een onwettig huwelijk of uit excommunicati, schismatieken, ketters geboren waren, indien er maar «enige grond voor het vermoeden bestond, dat de lijn des verbonds niet geheel was afgebroken 1). De Gereformeerden zijn eer van te ruime, dan van te enge erkenning en bediening des doops te beschuldigen. Maar daardoor hebben zij toch op uitnemende wijze de eenheid en catholiciteit der kerk van Christus op aarde gehandhaafd. Alle Christelijke kerken erkennen nog elkanders doop en spreken daarmede feitelijk uit, dat in haar alle nog zooveel waarheid aanwezig is, dat de mogelijkheid van zalig te worden niet is uitgesloten. Er is ééne belijdenis, op welke zij alle gebouwd, één geloof, dat zij alle deelachtig zijn. In weerwil van alle verschil en strijd, erkennen allen toch één Heer, één geloof, één doop.

§ 59. Het Avondmaal.

Aan de in § 57, 58 genoemde litteratuur zij hier nog toegevoegd: Ebrard, Das Dogma v. h. Ab. und seine Geschichte. 2 Bde. Frankfurt a. M. 1845— 4G. Kalmis, Die Lehre v. Ab. Leipzig 1851. Lobstein, La doctrine de la sainte cène. Lausanne 1890. Wilberforce, The doctrine of the holy eucharist 1854. Pusey, The doctrine of the real presence 1855. Ch. Gore, The body of Christ. An inquiry into the institution and doctrine of holy communion. London Murray 1901. Gihr, Das h. Messopfer9. Freiburg 1907. In de laatste twintig jaren is oorsprong en beteekenis van het avondmaal aan een nieuw onderzoek onderworpen, door Lobstein, Weiszacker, Harnack, Spitta, Jülicher, Heitmüller, Eichhorn, Wellhausen, Brandt, verg. E. Grafe, Die neuesten Forschungen über die urchristl. Abendmahlsfeier, Zeits. f. Th. u. K. 1895 bl. 101—138. Scliaefer, Das Herrenmahl nach Ursprung und Bedeutung, Neue kirchl. Zeits. 1903 bl. 472—485. Wahlenberg, Die bibl. Abendmahlsberichte und ihre neuere Kritik, Neue kirchl. Zeits, Marz April 1906. K. G. Goetz, Die heutigo Abendmahlsfrage in ihrer gesch. Entw. Ein Versuch ihrer Lösung2. Leipzig 1907. Goguel, L' Eucharistie des origines a Justin Martyr. Paris 1910. Zie voorts nog Cremer, art. Abendmahl, Schriftlehre in PRE3 I 32—38. Loofs, Ab. Kirchenlehre, ib. 38—68. Rietschei, Abendmahlsfeier in den Kirchen der Ref., ib 68—76. Dreivs, art. Eucharistie, PRE3 V 560—572. Kattenbusch, art. Messe, dogmengesch. PRE3 XII 664—697. Drews, art. Messe, liturgisch, ib. 697—723. Kattenbusch, Transsubstantiation, PRE3 XX 55—79 enz.

539. Bij den doop komt als tweede sacrament het avondmaal, dat onder het O. Test. zijn voorbeeld in het pascha had. Evenals

') Voetius, Pol. Eccl. I 645—670. De Moor, Comm. V 500—509. M. Vitringa, Doctr. VII 95, 142—159. Zie verder Kromsigt, De doopspractijk in de oude Geref.

Sluiten