Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door God ingesteld en draagt een eigen natuur; het is eene offerande ter verzoening en een maaltijd der gemeenschap met God en met elkander; het is sacrificium en sacramentum tegelijk'j.

Het N. Test, kent aan dit pascha eene typische beteekenis toe zoodat het niet alleen eene herinnering is aan de bevrijding uit Egypte, maar ook een teeken en onderpand van de verlossing uit het diensthuis der zonde en van de gemeenschap met God in den beloofden Messias. Jezus heeft hier zelf op gewezen, als Hij opzettelijk de instelling van het avondmaal met de viering van het pascha in verband heeft gebracht. Maar over de wijze, waarop Hij dat gedaan heeft, bestaat er geen klein verschil. Sommigen beroepen zich op de Synoptici en zeggen, dat Jezus op Donderdag den 14en Nisan met zijne discipelen het eigenlijke pascha gebruikt en bij die gelegenheid het avondmaal heeft ingesteld. Anderen houden het met Johannes, 12 :1, 13 :1, 2, 29, 18 : 28, 19 :14, 31, en beweren, dat Jezus op Donderdag den 13en Nisan een gewonen maaltijd met zijne discipelen gehouden en daarbij hun de voeten gewasschen heeft, en dan op den 14en Nisan, den eigenlijken dag des feestes, als het ware paaschlam gestorven is. Het zij men nu de Synoptici naar Johannes of Johannes naar de Synoptici conformeere, of beiden onverzoend naast elkander laat staat; of ook, op grond van het getuigenis der Quartodecimanen in de tweede en derde eeuw, die voor hunne practijk,. om het Christelijk paaschfeest in den avond van den 14eu Nisan te vieren, zich o. a. op den apostel Johannes beriepen, de echtheid van het vierde Evangelie ontkenne2); altijd is er in zoover overeenstemming, dat Jezus op Donderdagavond met zijne discipelen een maaltijd gehouden heeft, op Vrijdag gestorven en op Zondag opgestaan is. Al ware nu deze maaltijd niet het gewone pascha van 14 Nisan geweest, maar daags te voren, op Donderdag 13 Nisan gehouden; dan zou er toch niets tegen zijn om aan te nemen, dat Jezus, die den volgenden dag sterven zou en dus het pascha niet op den gewonen tijd met de Joden eten kon, het daags

') Orelli, art. Passah in PRE3 XIV 750-757. W. J. Moulton, art. Passover in Hastings D. B. III 684—692.

2) De quaestie is veel te ingewikkeld, om hier behandeld te worden. In den laatsten tijd werd ze o. a. besproken door D. J. Veen, In welk jaar en op welken dag en datum is Christus gestorven? Theol. Stud. 1905, bl. 429—438, afzonderlijk uitgegeven te Amersfoort 1907. C. Mommert, Zur Chronologie des Lebens Jesu. Leipzig 1902. Iï estbergt Die bibl. Chronologie nach Fl. Josephus und das Todesjahr Jesu. Leipzig 1910. Givilliam, in Hastings DCG II 5—9.

Geref. Dogmatiek IV. 00

Sluiten